Home Religieuze werken Kruiswegstaties Antonius van Padua (Vrank)

Antonius van Padua (Vrank-Heerlen)

Kerk:      Antonius van Padua

Adres:            Beersdalweg 66, 6412 PE Heerlen (Vrank)
Architect:        Peutz, Frits
Kunstenaars:
Adams, Jean
Eyck, Charles
Jonas Henri
Levigne, Huub
Rats, Reinald
Schoonbrood, Harrie
Smeets, René
Vos, Charles
Inleiding:
Rooms-katholieke kerk ter ere van Sint Antonius van Padua, gebouwd in 1929 naar een ontwerp van architect F.P.J. Peutz. De bouwstijl van de kerk is traditionalistisch met invloed van de Neo-Gotiek. De kerk is aan de rechterzijde verbonden met het klooster van de Franciscanen. (het klooster is in 2007 verlaten)

Werken van Charles Vos:

De Franciscanen benaderden architect F. Peutz om in Vrank Heerlen (de Huskenkolonie) een kerk en klooster te ontwerpen. In 1929 kwamen de gebouwen tot stand. Charles Vos had inmiddels de opdracht ontvangen om het beeldhouwwerk voor de kerk te verzorgen. Hij moest naast beelden en reliëfs ook een kruiswegstatie ontwerpen. Hij besteedde veel aandacht aan het maken van de kruisweg. [1]

Exterieur:

Antonius van Padua
Twee toegangsdeuren terugliggend en met omlijsting in hardsteen en gescheiden door sculptuur in hardsteen met een voorstelling van Sint Antonius. De H. Antonius, staande ten voeten uit met gedraaid lichaam en armen gekruist voor zijn borst, kijkt naar rechts waar iets boven zijn hoofd zich een engel bevindt.

 kk01a

 

kk01b kk01c

Christus als Allesheerser (Pantocrator)
Aan de bovenzijde van de twee deuren in de timpaan eveneens een sculptuur in hardsteen met een voorstelling van Christus als Allesheerser. Christus met nimbus zit in een soort schelp. Met zijn rechterhand maakt hij een zegenend gebaar en in zijn linkerhand houdt hij een wereldbol vast. Achter en naast de schelp zijn diverse banderoles, die niet beschreven zijn. Rechts, naast de schelp, is een kop van een dier en bovenaan een mensenhoofd afgebeeld, links naast de schelp twee dierenkoppen.

kk01d

Jozef
Naast de kerk staat een beeld van de H. Jozef. Het is van hardsteen, niet gesigneerd, niet gedateerd. Dit beeld stond oorspronkelijk (vanaf 1929) in de kerk van de Laanderstraat, met een tweede beeld, aan weerszijden van het altaar. Later werd het verplaatst naar deze locatie. [2] Op een van bakstenen gemetselde console staat de H. Jozef frontaal ten voeten uit. Met zijn linkerhand houdt hij een lange, bovenaan gekromde, wandelstok vast. Zijn rechterarm houdt hij langs zijn lichaam.

 kk01d1

 

 

Interieur:

 

 kk01d2 kk01g

kk01h 

kk01i 

plattegrond 

A         Maria met Kind                      E         Christus met moeder, kind en koempel
B         H. Jozef                                F          H. Theresia
C         H. Antonius van Padua           G          H. Gerardus
D         H. Barbara                            H          Christus aan het kruis
1 t/m 14 Kruiswegstaties
 
Kruiswegstaties
Hij besteedde veel aandacht aan het maken van de kruisweg. Eerst maakte hij een aantal studies in gips die een idee gaven van de grove vorm van de kruisweg. Daarna werden diverse kleinere studies uitgevoerd om het bak- en glazuurproces te testen. [3]
 De kruisweg werd gefabriceerd door de Sphinx-fabriek in Maastricht. In 1915 startte het bedrijf met de fabricage van sanitaire artikelen. De vondsten, die directeur Bonemeyer deed voor de fabricage van het sanitair zijn uiteindelijk toegepast voor de vervaardiging van de kruisweg.
Bonemeyer had zich tot doel gesteld een product te vervaardigen waarvan aardewerk en glazuur in één keer gebakken kon worden. Dit zou de duurzaamheid van het product als de schoonheid van de materie verhogen. Het grootste probleem was de juiste dosering van de ingrediënten te vinden. Vele pogingen mislukten in eerste instantie. Uiteindelijk werd het juiste procede gedvonden.
Het glazuur werd op het nog ongebakken aardewerk aangebracht en daarna bij een temperatuur van plus minus 1380 graden Celsius gebakken.  [4]
Ook voor de kruiswegstatie zijn diverse proeven gedaan.
De test van statie 12 (84,5 X 69cm) is de enige die geheel gelukt is. In 2005 werd deze aan het Museum Jacob van Horne in Weert geschonken. Twee andere proefstukken bevinden zich in privébezit.
Vervolgens werd van een deel van de eerste statie (49 X 70 cm) nog een proefmodel op ware grootte in geglazuurd keramiek gemaakt. Deze statie is in bruikleen door het Museum het Catharijnenconvent (Utrecht) afgestaan aan het Museum Jacob van Horne in Weert.[5]
Charles Vos maakte voor deze kerk een kruisweg van keramiek met hoogvuurglazuur, bestaande uit 14 staties. De compacte figuren zijn zeer expressief. Ze zijn onder de ramen van Charles Eyck aangebracht.
Opvallend is de hoogglans die van de geglazuurde staties afstraalt. De kruisweg is gemaakt door Charles Vos uit Maastricht, terwijl de kleuren zijn bepaald door een andere bekende Limburgse kunstenaar van die tijd: Edmond Bellefroid. Vos heeft de figuren op een vaak fel-realistische manier uitgebeeld (Romeinse soldaten met agressieve koppen), terwijl er ook veel tedere scènes te zien zijn, met name rond Christus en Maria. Door de felle kleuren en onnatuurlijke figuren en verhoudingen is de kruisweg zowel traditioneel als modern te noemen. [6]

Jan Engelman schreef in 1932 over deze kruisweg:

"Charles Vos heeft in dezen kruisweg zichzelf overtroffen. De verdienste van zijn kruiswegstaties is in de eerste plaats gelegen in het evenwicht, dat hij wist te betrachten tusschen het decoratieve, het monumentale van de groepsvoorstellingen, waartoe zoowel de bestemming van zijn werk, als het materiaal, waarin hij arbeidde, hem uitnoodigden en de vrije vaart der gevoelsuitdrukking. Een overzichtelijke, een groot-gehouden hoofdvorm en een drastische actie, een markante gemoedsbeweging der onderscheiden figuren, gaan hier samen. Saamgebalde kracht, een bijna boersche stoerheid - dat is de eerste indruk, dien de kruiswegstaties geven. Gedrongen zijn de figuren, zij staan dicht bijeen, zij vormen sterk saamgebonden groepen. Maar dit is niet verkregen door een gewilde, opgelegde styleering, doch door een boeiend spel van plastische verhoudingen en een soms gewaagd evenwicht van contrasten. De figuren verloren niet hun individualiteit, zij hebben menschelijke psychologie, zij zijn dramatisch bewogen. Wel ontbreekt iedere kleine detailleering, maar er bleef in houdingen, gebaren en gezichtsexpressies toch ruimte voor de uitdrukking van karakters, van wilsvermogens, gevoelens, hartstochten. Zoo nemen alle figuren levendig deel aan een actie, waarvan de kleine, blanke Christus - het slachtlam,  dat naar de offerplaats wordt gedreven door een bende, die telkens andere aspecten van slechtheid en blindheid biedt - het weerloos, en toch in zijn lijden verheven middelpunt is. We zijn hier ver van de gladde, goed aangekleede theatraliteit, de zeer merkbare regie, de historisch tot in de puntjes gereconstrueerde werkelijkheid, die van zoo menigen kruisweg een reeks suffe, academische schilderijen hebben gemaakt. Hier was een meer bewogen geest aan het werk, een modelleur, die de gruwelijkheid, de volksche wreedheid in het lijdensdrama niet schuwde. Natuurlijk kon hij die, met het oog op zijn doel en zijn materiaal,  niet uitdrukken met een bezenuwing, zoo genuanceerd als het het gewone vrije beeldhouwwerk toestaat. Maar dit neemt niet weg, dat Charles Vos in de onverschillige ruwheid der soldaten, in de valschheid en hypocrisie der schriftgeleerden, in het niet-begrijpende medelijden der weeklagende vrouwen zijn menschenkennis (die bij dezen, slechts in schijn weltfremden kunstenaar leeft achter zijn stilte en zijn eenvoud), en soms ook zijn zin voor het caricaturale, duidelijk heeft getoond. Zonder genade is zijn karakteristiek, maar hij hield maat in die schier barbaarsche kracht, in zijn sterk realisme, en aan dit kleurig, bewogen lijdensvisioen ontbreekt de noodige „afstand" tot het onderwerp niet.
In ieder kunstwerk zoekt men naar een element, tot het werkelijke wezen behoorend, dat men het accoord tusschen vieren en reven zou kunnen noemen. Hier is dat accoord gevonden in het samengaan van breede gebaren en groote drapeering met een uitdrukking van geschakeerde gemoedsbeweging. Door een proces, dat men niet nader kan omschrijven, doordringen geest en vorm elkander en schenken een eenheid van „gebonden" realisme.
En, zooals wij zeiden, er is artistieke groei waar te nemen naar gelang de voltooiing van den kruisweg nadert. De latere staties bewijzen, dat de vroegere lessen hebben gegeven. Tot de sterkste groepen behooren Statie VI, Veronica droogt het aangezicht van Jesus, waarin het drastisch gebaren van Joden en soldaten met het werk van barmhartigheid, dat beneden hen gebeurt, boeiend contrasteert; Statie VIII, met haar sterke phalanx van jammerende vrouwen en de golvende curve van de afwerking in de linksche groep; Statie IX, de derde val van Jesus ter aarde, waarin de koppen van de pijnigers, met een negatie der reëele proporties, die geen ernstig beschouwer zal hinderen, boven den languit neergestorten Heiland verschijnen als booze tronies van berggeesten.
Zoo groeide de compositie in vastheid, Zoo won de expressie aan kracht en - last not least -de kleur aan rijpheid en verstorvenheid. Men kan bij dezen bijzonderen kruisweg niet van een experiment spreken, het is een poging, die slaagde en rijke, nieuwe mogelijkheden aanwijst." [7]

Tummers beschrijft in de inleiding van het boek Straat-beelden [7a] het volkse in de kunst van Vos:

"Het meesterwerk waarin Vos volksverhaal en plastiek geïntegreerd heeft, is de 'Klevarie' die hij in 1931 maakte voor de mijnwerkers van de Husken in Heer­len. Dit thema komt als volks beeldverhaal tot ontwik­keling in de tijd van de popularisering van de devoties. Een beeldend kunstenaar kan zo'n verhaal herhaaldelijk ter hand nemen en doorvertellen. Niet gebonden door theologische voorschriften kon in de Husken het verhaal door Vos verbeeld worden alsof het om een straatruzie ging. Dit grote werkstuk geeft niet het beeld van mystieke verheffing, geeft niet het ritueel van een ontheven offer en laat ons niet de weg van opgedragen lijden zien of een illustratie van existen­tiële passie. Vos toont het tafereel van opdringende bemoeiers rond een klein slachtoffer. Het tafereel is verwant aan de taferelen uit het Boschstraatse en Stok-straatse Maastricht van zestig jaar geleden. Vos ver­vlocht de devotie met de sociale geschiedenis van zijn stad. Het beeld kreeg de plastische spanning van een gebalde vuist."


Voor de tentoonstelling "Kruiswegen - de geschiedenis van de kruisweg in 2009 in het Museum Jacob van Horne schreef Van Cauteren evens over de kruisweg.
De staties springen in het oog vanwege hun grote formaat, in verhouding tot de relatief kleine kerkruimte waarvoor ze ze gemaakt zijn. De heldere kleuren en de felle expressie van de diverse figuren vallen direct op. Houdingen en verhoudingen van de figuren zijn onnatuurlijk en verwrongen. Alles staat ten dienste van de expressie van de groep als geheel. Zo extreem als in deze kruisweg is Vos nooit meer geweest.
De kruisweg van de Bernardinuskapel (1932) is een stuk terughoudener van formaat, kleurgebruik en vorm. Ook de sterk aan elkaar verwante kruiswegen van Beek-Genhout (1938) en Weert-Keent (1948) vertonen een veel rustiger kleurgebruik en zijn minder fel van expressie.[8]

De heer Berghoef beschreef een aantal staties: [8a]

"Haast beklemmend zeker aangrijpend werd hier 't lijdensverhaal verbeeld.  Fel is Pontius Pilatus' veroordeeling deerniswekkend de gemartelde  Christus die door de hoonende Joden bespuwd wordt. In deze staties ervaart ge stap voor stap heel de bewogenheid van het drama: de ontmoeting  van Christus met Zijne Moeder, het driemaal  vallen onder het kruis, de marteling aan het kruis, de afname van het schamele lichaam en de graflegging. Ontroerend is de figuur van "de Moeder bij haar stervenden Zoon".
En de schrijver besluit:
"Wie uit Holland komt wrijft zich even de oogen uit als hij inplaats van de vage symbolische diepzinnige of gestyleerde figuren plotseling deze levensechte kunst voorgezet krijgt. Hij ervaart hoe een levenshouding hier wezenlijk verband legt tusschen het gebeuren van voor bijna 2000 jaren de heiligenlevens erna en het heden. Zoo is 't met het beeldhouwwerk  en ook met de glasvensters en schilderingen.'t Is alles zeer reëel, men is vertrouwd met heilige zaken zoo vertrouwd soms dat de afstand door den eerbied vereischt, te klein wordt. Maar anderzijds doet die vertrouwdheid  in het heden het eeuwige erkennen, waardoor het leven en de dingen van alledag glans krijgen en boven zichzelf kunnen uitstijgen. En de kunstenaar wint daarbij want het bovenzinlijke is hem vertrouwd; hij kent den onzichtbaren draad die door het leven 'van de menschen gaat en hij kan hem vatten waar hij wil. Waardoor zijn werk tegelijk levenswarm warm en boventijdelijk wordt.

Een onbekende schrijver schreef in een jubileumuitgave:

Men zegt niet te veel , als men dit werk van Vos drastisch op bezielde wijze noemt. Er is, ondanks de noodzaak om tot een gesloten, saamgebalden hoofdvorm te komen,bewogen realiteit in de voorstellingen. De pijnigers van de Heiland, de smart van hen die Hem nastaan, zijn menschelijk gezien en hartochtelijk uitgebeeld. Maar dit stond bij Vos een zuivere overweging van het lijdensmysterie niet in den weg. De genadeloze karateristiek der figuren heeft de religieuze bezieling niet belemmerd. [8b]

Alle afbeeldingen zijn geplaatst op een console. De staties zijn 122cm breed, 84cm hoog en 23cm diep. Onder elke statie is een plaat van ca 150cm breed waarop het nummer en de titel van de statie staat.

"JEZUS.TER.DOOD.VEROORDEELD 1"
Rechts staat Jezus (in een wit kleed en vastgebonden) die wordt vastgehouden door een tweetal soldaten. In het middengedeelte, ietwat op de achtergrond,  staan twee woest kijkende priesters. Links staande, wijst Pontius Pilatus met zijn linkerarm naar Jezus, terwijl zijn rechterhand op een muurtje(?) steunt. Links achter Pilatus is nog het afgewende hoofd en een hand van een priester zichtbaar.
Een tweetal voorstudies bevinden in het Van Hornemuseum in Weert.
Op de eerste voorstudie tussen Pilatus en de Priester ontbreekt de tweede priester.
De tweede voorstudie heeft betrekking op de twee soldaten met Christus. Dit is later ook zo uitgevoerd.

kk01j

 

"OPLEGGING.VAN.HET.KRUIS 2"
Jezus loopt, met het kruis op zijn linkerschouder rustende, naar rechts. Hij houdt beide armen, een voor en een achter het kruis, wanhopig naar voren gericht. Het kruis wordt ondersteund door een tweetal soldaten. De soldaat rechts staat met zijn gezicht naar Jezus gericht en ondersteunt met gestrekte armen het kruis op een tweetal plaatsen. De tweede soldaat, zijn lichaam achterover houdend, omvat met zijn ene arm het onderste deel van het kruis en met zijn andere het bovenste deel van de dwarsbalk. Op de achtergrond bevinden zich vier woest kijkende priesters.

kk01k 

"EERSTE.VAL.VAN.JEZUS 3"
Jezus is de eerste keer gevallen. Hij zit op zijn knieën en zijn rechterhand houdt de omlijsting van het tafereel vast. Het kruis rust deels op zijn rug en wordt een soldaat aan de rechterzijde omhoog gehouden. Gebogen over Jezus staat een tweede soldaat met een gesel in zijn linkerhand, gereed om Jezus af te ranselen. Links van deze soldaat staan twee priesters, waarvan de eerste dreigend zijn rechtervuist balt en omhoog houdt en met zijn andere hand wijst in de richting waarin Jezus moet doorlopen.

kk01l

 

 "JEZUS.ONTMOET.ZIJN.MOEDER 4"
Jezus, gebukt onder de zwaarte van het kruis, loopt naar rechts. Hij omklemt met zijn beide armen het bovenste gedeelte van het kruis. Een soldaat, woest kijkend,  loopt achter hem met gebalde rechtervuist en met zijn linkerhand geeft hij de looprichting aan. De soldaat achter het kruis houdt met zijn linkerhand Maria en Elisabeth (?) tegen. Maria loopt in de richting van Jezus met haar handen voor haar mond. Elisabeth, links naar Maria staande, heeft haar gevouwen handen op borsthoogte. Op de achtergrond zijn gedeeltelijk nog de priesters te zien.

kk01m

 

"SIMON.HELPT.HET.KRUIS.DRAGEN 5"
Jezus loopt nog steeds naar rechts. Het kruis wordt hem te zwaar; hij zakt bijna door zijn knieën, het kruis dragend op de schouder en met beide armen omklemmend. De soldaat achter hem commandeert hem met zijn wijzende linkerhand dat Jezus moet doorlopen. De soldaat aan de rechterzijde, met zijn gezicht gericht naar Jezus, staat gereed om Jezus te slaan. Simon wordt gedwongen  te helpen bij het dragen. Hij staat voor het kruis en omklemt het met beide armen. Ook aan zijn uitdrukking is te zien dat het kruis zeer zwaar is. Op de achtergrond nog steeds de woest kijkende priesters. Rechts nog een klein kind dat zijn handen opheft naar Jezus.

kk01n

  

"VERONICA DROOGT HET AANGEZICHT 6"
Het kruis rust op de grond en op de schouder vAn Jezus, die bijna bezwijkt onder de last ervan. Rechts twee soldaten waarvan er een weer een dreigende houding aanneemt. Rechts twee priesters met ten hemel geheven handen. Voor Jezus knielt Veronica. Zij droogt met een doek het aangezicht van Jezus af.

kk01o

 

"TWEEDE.VAL.VAN.JEZUS 7"
Jezus is voor de tweede keer gevallen en steunt op zijn linkerarm met het kruis achter hem, dat door twee soldaten wordt vastgehouden. Zijn gezicht is naar de priester voor hem gericht. Zijn rechterarm is omhoog geheven. Een soldaat staat weer gereed met de gesel. Rechts en links een priester; beiden met opgegeven handen.
Een voorstudie bevindt in het Van Hornemuseum in Weert. Deze voorstudie is niet uitgevoerd.

kk01p

 

"JEZUS TROOST DE WENENDE VROUWEN 8"
Jezus loopt naar rechts, gebukt gaande onder de last van het zware kruis. Vier vrouwen op de achtergrond en een op de voorgrond zijn wenende. Achter het kruis, boven elkaar, zijn twee priesters afgebeeld. Helemaal links staat een soldaat in gedraaide houding met zijn rechterarm langs zijn lichaam en zijn linkerhand, met gesel, gebogen achter zijn hoofd, gereed om Jezus te slaan.

kk01q 

 

"DERDE.VAL.VAN. JEZUS 9"
Jezus ligt volledig uitgeput op de grond. Hij steunt met zijn gezicht op zijn linkerarm en zijn rechterarm ligt gestrekt vooruit. De soldaat rechts omklemt het kruis bovenaan met twee armen en de soldaat achter het kruis omvat het kruis met zijn linkerhand en heeft in zijn rechterhand de gesel gereed om te slaan. Links de twee priesters, waarvan er een zijn handen ten hemel heft en naar Jezus schreeuwt.

kk01r

 

"ONTKLEEDING.VAN.JEZUS 10"
Het kruis staat rechtop achter Jezus. Rechts en links een soldaat die de uitgemergelde Jezus ontkleden. Jezus houdt zijn kleed met beide handen ter hoogte van zijn middel vast. De soldaat rechts van hem maakt een slaande beweging. Op beide buitenzijden een priester met opgeheven handen.
Een voorstudie bevindt zich in particulier bezit. De banderol ontbreekt.

kk01s

 

 "JEZUS.OP.T.KRUIS.GENAGELD 11"
Jezus wordt met touwen aan het kruis vastgebonden. Zijn armen zijn op twee plaatsen (onder- en bovenarm) met touwen aan het kruis vastgemaakt. Zijn hoofd hangt rechts naar beneden. Een soldaat is nog de rechterarm aan het kruis aan het binden. Ook is een touw rond zijn bovenlichaam aangebracht. Een tweede soldaat zit geknield aan Jezus voeten, om deze vast te binden. Links en rechts in de scène staat een priester. De rechter heeft de banderol INRI (deels zichtbaar) in zijn linkerhand en met zijn rechter wijst hij naar Jezus. De linker priester maakt met open handen voor zijn lichaam, een afwerend gebaar.

kk01t

  

"JEZUS.STERFT.AAN.T.KRUIS 12"
Jezus (nu vastgenageld aan het kruis) is gestorven. Aan zijn rechterzijde staat een ontredderde Maria met haar blik op haar zoon gericht. Aan zijn linkerzijde staat Johannes die zijn rechterhand voor zijn gezicht slaat. Helemaal links een priester die weg loopt. Aan de rechterzijde een soldaat die wegloopt maar zijn gezicht omdraait naar Jezus.
Een voorstudie bevindt in het Van Hornemuseum in Weert.
De uiteindelijke uitgevoerde versie wijkt op een tweetal onderdelen af. Bij voor studie houdt Johannes zijn linkerarm voor zijn lichaam; bij de definitieve uitvoering langs zijn lichaam. De houding van de rechterarm van de rechtse soldaat is anders.

kk01u

  

"KRUISAFNAME.VAN.JEZUS 13"
Op de voorgrond ligt de gestorven Christus door een zevental treurende personen omgeven. Dit zijn Maria van Betanie, Maria Magdelena, Martha, Maria (de moeder van Christus), Johannes, Nicodemus (met doornenkroon op de schoot) en een onbekende persoon.
De voorstudie in het Bonnefantenmuseum is hieraan gelijk.

kk01v

 

 "GRAFLEGGING.VAN.JEZUS 14"
Het doeken gewikkelde lichaam van de gestorven Christus wordt door Nicodemus (links) en Johannes (rechts) in het graf gelegd.
Maria, Maria Magdelena, Martha en een onbekend persoon staan toe te kijken.
Op de voorstudie in het Bonnefantenmuseum ontbreekt de onbekende persoon.

kk01w

 

 

Maria met Kind
Rechts staat het zijaltaar van Maria. Het Mariabeeld van Vos lijkt geïnspireerd door de tere Maria-figuren van Fra Angelico. Op een marmeren plaat is in het midden het tabernakel geplaatst (met daarop een afbeelding van een kelk met vogels). Bovenop de console een beeld van de zetelende Maria met het kindje Jezus op haar schoot. Maria draagt een lang kleed met daaroverheen een blauwe mantel. Met haar beide handen houdt zij het kindje vast. Het kind maakt met zijn rechterarm een zegenend gebaar. Rechts en links op de marmeren plaat staat een reliëf, met drie engelen voorzien van vleugels, afgebeeld.

kk01z01

kk01x2

kk01x3 kk01x4

 

Jozef
Op een console staat Jozef ten voeten uit afgebeeld. Met zijn voor zijn lichaam gehouden linkerarm houdt hij een zaag (naar beneden gericht op het hout dat op een blok ligt) vast. Naast zijn linkerbeen staat een grote winkelhaak. Jozef lijkt nauwelijks aandacht te hebben voor zijn werk. Zijn blik is in zichzelf gericht.

kk01y

 

Antonius van Padua
Het linkerzijaltaar, gewijd aan de H. Antonius, is voorzien van een keramisch beeld en keramische reliëfs.Antonius is frontaal ten voeten afgebeeld. Hij staat voor een zetel. Hij steunt op linkervoet, zijn rechtervoet is dwarsgezet. Hij draagt de ordepij met koord. In zijn linkerhand (tegen de borst gehouden) heeft hij een boek. Met zijn andere hand maakt hij een zegenend gebaar. Links en rechts van het beeld zijn reliëfs die fasen uit het leven van de heilige uitbeelden.

kk01z01

kk01z02 

kk01z03 kk01z04

 

Barbara
Barbara († 206?) is een christelijke heilige. Zij zou gewoond hebben in Nicomedië in Klein-Azië. Haar heidense vader, Dioscurus, sloot haar op in een toren om haar te vrijwaren van de vele jongemannen die naar haar hand dongen. Ook liet hij een badhuis voor haar bouwen, zodat ze geen gebruik hoefde te maken van de openbare baden. Dit badhuis bevatte oorspronkelijk twee ramen, maar op verzoek van Barbara werden het er drie (zij had zich in het geheim tot het christendom bekeerd en wilde op deze manier de heilige Drievuldigheid eren). Toen haar vader haar bekering bemerkte, onthoofdde hij haar, maar werd daarop zelf door de bliksem dodelijk getroffen.
Op grond hiervan geldt de H. Barbara als beschermster tegen brand en bliksem en tegen een plotselinge dood. Ook kan haar hulp ingeroepen worden als storm het land verwoest. De H. Barbara is ook de beschermheilige (ook wel: schutspatroon) van artilleristen, infanteristen, genisten, ingenieurs, mijnbouwers, brandweerlieden, architecten, boeren, dakdekkers, metselaars, bouwvakkers, klokkengieters, metaalgieters, smeden, steenhouwers, beiaardiers, koks, hoedenmakers, slagers, gevangenen, meisjes, stervenden, torens en vestingen. Op afbeeldingen zijn haar attributen onder andere een toren met drie ramen, een kanon en een martelaarspalm. [9]
Het oxaal rust op een drietal spitsbogen in baksteen. Onder het oxaal aan de linkerzijde een Barbara-beeld van keramiek. Op een console staat het beeld van een zetelende Barbara met een plooiende mantel en sluier. Haar hoofd is naar rechts gebogen. Haar rechterarm rust op haar schoot. In haar linkerhand heeft ze als symbool een toren en aan haar voeten zit een koempel. Deze draagt een helm en omklemt met beide handen de mijnwerkerslamp die op de grond staat.

kk01z05

 

Christus aan het kruis geflankeerd door twee beelden
Deze beeldengroep bevindt zich rechts achter in de kerk. In het midden Christus aan het kruis. Links van het kruis een beeld van Maria (met nimbus) die naar haar gestorven zoon opkijkt met open, gespreide handen. Over haar kleed draagt zij een gesloten blauwe mantel. Aan de andere zijde van het kruis een beeld van een wanhopige Johannes (?). Hij slaat zijn handen in wanhoop voor zijn gezicht. Hij draagt over zijn kleed een mantel die de schouders vrij laat en beneden openvalt.

kk01z06

kk01z07 

kk01z08

 

Christus Maria en koempel.
Op een console staat het beeld van Christus (met stigmata) ten voeten frontaal afgebeeld. Zijn linkervoet staat iets voor zijn rechtervoet. Over zijn kleed draagt hij een openvallende mantel. Hij houdt zijn handen open en gespreid naar voren. Onder Christus rechterarm staat een kleine moeder (met hoofd naar boven gefocust op Christus) met kind. Met haar rechterhand houdt zij het kind, met zijn handen smekend naar Christus gericht, vast. Onder de linkerhand van Christus zit een geknielde koempel met mijnwerkerslamp.
Achter het hoofd van Christus zijn twee engelen afgebeeld waarvan er een Christus een kroon boven het hoofd houdt.

kk01z09

Theresia van Lisieux
Theresia van Lisieux.
Ze werd als Thérèse Martin geboren in Alençon. Op haar tiende werd ze ernstig ziek totdat het Mariabeeld op 13 mei boven haar bed naar haar glimlachte, waarna ze volledig genas. Al op jonge leeftijd voelde ze dat het haar roeping was God te dienen. Ze was uitzonderlijk vroom, maar stond ook bekend om haar gevoel voor humor. Ze besloot in te treden bij de orde van de Ongeschoeide Carmelitessen in Lisieux (Normandië) waar twee zussen van haar, waaronder haar lievelingszus Pauline, al eerder waren ingetreden (een derde zus zou in 1894 ook volgen). Op haar vijftiende trad zij met speciale toestemming van paus Leo XIII daadwerkelijk in bij de orde. In 1890 deed zij haar professie en in 1893 kreeg zij de zorg over de novicen toebedeeld. Zelf wilde ze geen non worden maar altijd novice blijven. Op aanwijzingen van haar zus, die op dat moment tevens overste was, begint zij in 1895 met het opschrijven van haar levensverhaal. In 1896 werd tuberculose bij haar geconstateerd. Ze stierf op 24-jarige leeftijd aan de ziekte. [10]
Theresia staat ten voeten afgebeeld op een console met achtervlak en is gekleed in het habijt van de ongeschoeide Carmelitessen. Haar hoofd is schuin naar rechts gericht. In haar linkerhand, voor haar borst, heeft zij een kruis vast. In haar andere hand, die ze langs haar lichaam houdt, heeft zij een lelie.

kk01z10 

kk01z11

   

Gerardus Majella [11]
Gerardus Majella werd op 23 april 1726 in Muro bij Napels als zoon van een eenvoudige kleermaker geboren. Zijn vader stierf toen Gerardus 12 jaar oud was, waarna de jongen werd uitbesteed bij een gildebroeder om het vak van kleermaker te leren. Tenslotte vond hij zijn bestemming en trad op 23-jarige leeftijd in als lekenbroeder bij de redemptoristen. Hij leidde een leven van versterving en zelfgekozen pijniging. Vooral in de laatste drie jaar van zijn leven bleek Gerardus over mystieke gaven te beschikken: regelmatig verkeerde hij in extase, werd op twee plaatsen tegelijk gezien, kon gedachten lezen, deed voorspellingen en verrichtte wonderen. In 1755 overleed hij. Al snel verspreidde zich een devotie tot deze volksheilige over Europa, mede door de wonderen, die op zijn voorspraak gebeurden. In 1875 werden al 77 wonderen vermeld. Na in 1893 zalig te zijn verklaard, werd hij op 8 december 1904 door paus Pius X heilig verklaard. Na de heiligverklaring nam de devotie voor Gerardus Majella een hoge vlucht. Vooral door toedoen van de redemptoristen werden ook in Nederland en België veel kerken aan hem gewijd. [12]
Gerardus staat ten voeten afgebeeld op een console met achtervlak en is gekleed in habijt van de redemptoristen. In zijn rechterhand, voor zijn lichaam naar boven gericht, houdt hij schuin een kruis vast. Rechts naast hem kruipt een blauwe draak naar zijn voeten. In zijn linkerhand, die hij langs zijn lichaam houdt, heeft hij een doodshoofd vast.

kk01z12

kk01z13

 

Antonius van Padua  [13](in de sacristie)
Antonius staat op een console ten voeten uit afgebeeld. Hij draagt een pij. Zijn blik is naar rechts gericht. Voor zijn lichaam houdt hij met beide handen ( linkerhand onderaan, de rechter erboven) een kruis vast.

kk01z14

 

Doopvont[14]
Op de doopvont staat de H. Antonius met het Kindje Jezus afgebeeld.
Antonius is ten voeten uit afgebeeld in ordekledij met een koord rondom zijn middel. Hij houdt het Kind met zijn rechterarm tegen zijn lichaam aan vast en legt zijn hoofd tegen het Kindje aan. In zijn andere hand houdt hij een opengeslagen boek vast.

kk01z15 

 


[1] Cauteren van J, Kruiswegen, de geschiedenis van de kruisweg 25.2 - 13.4 2009, Weert 2009, blz 25
[2] www.heerlen-in-beeld.nl, april 2008
[3] Cauteren van J, Kruiswegen, de geschiedenis van de kruisweg 25.2 - 13.4 2009, Weert 2009, blz 25
[4] Engelman J., Kruisweg in hoogvuurglans (1) in Religieuze kunst van dezen tijd, Opgang 1932, blz. 748-750
[5] Cauteren van J, Kruiswegen, de geschiedenis van de kruisweg 25.2 - 13.4 2009, Weert 2009, blz 25 en 29
[6] www.kerkgebouwen-in-limburg.nl, april 2008
[7] Engelman J., Kruisweg in hoogvuurglans (2) in Religieuze kunst van dezen tijd, Opgang 1932, blz. 764-766
[7a] Tummers Nic. , de leraar van het straat beeld in Graatma, "Charles Vos, straat-beelden", Maastricht 1988 blz. 6
[8] Cauteren van J, Kruiswegen, de geschiedenis van de kruisweg 25.2 - 13.4 2009, Weert 2009, blz 29
8a] Kunst in Zuid-Limburg. Architecteur en toegepaste kunst in De Nieuwe Koerier van 9 oktober 1937
8b] NN, De veertien kruiswegstaties van Charles Vos temidden van nog meer kunstwerken in een 50 jaren oud monument; parochiekerk St. Antonius van Padua
 [9] Wikipedia, juli 2008
[10] Wikipedia, juli 2008
[11] Mededeling van de heer J.Stultiens, 16 juli 2008
[12] Wikipedia, juli 2008
[13] Mededeling van de heer J.Stultiens, 16 juli 2008
[14]  Kunst in Zuid-Limburg in De Nieuwe Koerier van 23 september 1937. "de doopvont maakte .... De prachtige doopvont".

 

Laatst aangepast (woensdag, 01 februari 2012 08:48)