Home Religieuze werken Werken in kerken St Martinuskerk (Wijck-Maastricht)

St Martinuskerk (Wijck-Maastricht)

Kerk:     St. Martinuskerk

Adres:             Rechtstraat (Oeverwal) 2, 6221 EJ Maastricht
Architect:        Cuypers, Pierre
Kunstenaars:  
Rooyen, gebr Den
Truijen, Hans
Vos, Charles

Werken van Charles Vos:

Jozef met Kind
in de sacristie
Reliëf, gips bruin gepatineerd, niet gesigneerd, niet gedateerd
Hoogte 83 cm.; breedte 35 cm.; diepte 15 cm.
St. Jozef, staande ten voeten uit afgebeeld, draagt in zijn linkerhand een winkelhaak, zijn attribuut als timmerman. Het Christuskind staat rechts naast hem, zijn rechterarm zegenend omhoog gehouden.

 

kr21a
foto I. Paulussen
Zwarte Christus (replica)  [1]
in de pastorie
Volgens een legende ontstond het beeld - in het dorp Riempst tussen Tongeren en Maastricht: een edelman uit Riempst, gelegen in Belgisch Limburg, kwam op zekere dag terug van een pelgrimstocht naar het Heilig Land. Hij had voor al zijn kinderen, behalve voor de kleine Anna, een aandenken meegebracht. Hij had haar helemaal vergeten. Nu had hij in de buurt van het heilige Graf toevallig een noot opgeraapt, en om de kleine niet helemaal teleur te stellen, gaf hij haar de noot. Anna at de noot niet op, maar stopte hem in de grond. De noot werd een boom. Op een nacht ontstond er een hevig onweer. De bliksem kliefde de notenboom en 's morgens stak uit de gespleten stam een zwartgeblakerd Christusbeeld. Anna had zo toch het mooiste cadeau. Zij trad in bij de Witte Vrouwen in Maastricht en nam het kruis­beeld mee. Veel mensen kwamen er bidden en hun gebeden werden verhoord.
Een uit één stuk bruinzwart notenhout gesneden corpus dat uit het begin van de 14de eeuw moet dateren. Vier eeuwen lang is het mansgrote crucifix in het Wittevrouwenklooster aan het Vrijthof het middelpunt van een internationale devotie geweest. Vooral uit Hongarije was de toeloop, tijdens de Heiligdomsvaarten, overrompelend groot. Toen ook het Wittevrouwenklooster door de Franse bezetter werd opgeheven, dook het kruisbeeld onder bij een der zusters in een woning aan de Wycker Brugstraat. Jean-Evangeliste de Zaepfell, de eerste bisschop van Luik na het concordaat van 1801, besliste dat de Zwarte Christus in Wyck zou blijven en wel in de Sint Maartenskerk. Op 3 mei 1804 - de feestdag van de Kruisvinding - werd de miraculeuze beeltenis naar de kerk overgebracht. Waar het nog altijd hangt - en vereerd wordt - en waaraan de kerk van Wyck voor een belangrijk deel haar reputatie én haar aan trekkingskracht te danken heeft.
Van de Zwarte Christus zijn kopieën vervaardigd.In de sacristie van de kerk, de pastorie en in enkele klooster binnen Maastricht hangen replica's van het beeld:
  • 1. G.Hack vervaardigde een corpus uit gips.
  • 2. Charles Vos maakte een eikenhouten replica.
OLV van de berg Karmel
De orde van de karmelieten is in de dertiende eeuw in Palistina ontstaan uit een groep christelijke kluizenaars die samenleefden op de berg Karmel.[2]
De spriritualiteit van de orde rustte op twee peilers, nl. Elia (man, oudtestamentisch gericht op Gods gerechtigheid) en Maria (vrouw, nieuwtestamentisch gericht op Bewaring van het Godsgeheim).[3]
Naast kloosters voor mannen en vrouwen ontstond ook de derde orde: een vereniging van leken, die onder leiding èn in de geest van een bepaalde religieuze orde de christelijke volmaaktheid nastreven. [4]
In Maastricht ontstond in 1879 een derde orde onder leiding kapelaan J.P.H. Jacobs (Martinuskerk te Wijck en vanaf 1903 pastoor van OLVrouwekerk). De OLVrouwekerk werd de zetel van de derde orde. [5]
Leken die lidmaatschap van de derde orde een stap te ver vonden, vanwege de verplichtingen die dat inhield, konden deelachtig worden door lid te worden van de broederschap van het H. Scapulier van OLVrouw van de berg Karmel. Het woord scapulier is afgeleid van het Latijnse scapula (schouder). Het is een lap stof met in het midden een opening voor het hoofd en dient als werkschort ter bescherming van het habijt.
Volgens de karmelitaanse traditie gaat de scapuliersdevotie terug op een visioen dat priorgeneraal Simon Stock (1166-1265) op 16 juli 1251 in Cambridge had. Maria verscheen aan hem en overhandigde hem het scapulier, dat de karmelieten zouden moeten dragen als teken van haar bescherming naar lichaam en ziel en als teken van de eeuwige zaligheid voor de karmelieten die in dat kleed stierven.[6]
Op 15 augustus 1717, de feestdag van Maria Tenhemelopneming, werd door pastoor Johannes Lenaerts de Martinuskerk te Wijck het broederschap van de H. Scapulier opgericht.[7]
Na verovering van Maastricht door de Fransen (1794) werden de activiteiten van de broederschap op een laag pitje gezet [8] om na 1804 weer actief te worden [9].
In 1951 werden festiviteiten georganiseerd in et kader van 750 jaar scapulier. Charles Vos werd benaderd een nieuw beeld van OLVrouw van de berg Karmel te maken. Het hoogtepunt van de festiviteiten was de festiviteiten was de inzegening van het gipsen beeld op 20 juli. Honderd bruidjes baden na de inzegening een gebed van toewijding. Het beeld werd vervolgens tijdens de bronk van 22 juli meegevoerd.
In 2010 is de broederschap van OLVrouw van de berg Karmel niet meer actief en zijn nog slechts drie  broedermeesters in leven.[10]
 
OLVrouw van de berg Karmel
Gipsen beeld, gedateerd 1951
Een ten voeten uit in S-houding staande gekroonde Maria, gekleed in een lang kleed.
Haar armen zijn naar beneden gericht; met beide handen houdt zij de scapulier vast voor de geknielde Simon Stock, die het ordekleed van de karmelieten draagt. Met zijn handen maakt hij een zegenend gebaar. Zijn blik is naar voren gericht zodat er geen contact is tussen Maria en hem.

 

kr21c

Gerardus Majella
De (voormalige) Sint Gerarduskerk in de Wijcker Grachtstraat 30 (6221 CX Maastricht).
Hardsteen, 1935 [11] 
Is nog steeds aanwezig aan de gevel van de Wijcker Grachtstraat.

In de St. Martinuskerk herinnnert een Gerardusbeeld aan de voormalige kerk.[12]

De inwoners van Oud Wijck vonden de St. Martinuskerk te deftig.
In 1939 stelde de bisschop voor in de achterbouw van het pand "De Gouden Leeuw" in Rechtstraat 69, dat uitkomt op de Wijcker Brugstraat, een kerk in te richten en een priester met de zielzorg in deze buurt te belasten; dit met het oog op het toenemend aantal parochianen en het onmaatschappelijk karakter van de buurt.
Kapelaan W. Franck werd benoemd tot kapelaan voor deze hulpkerk, die werd toegewijd aan St. Gerardus. De kerk is nooit een afzondelijke parochie geworden, maar altijd onder de hoede van de St. Martinuskerk gebleven. In 1977 werd het besluit genomen de kerk te sluiten door een terugloop van het kerkbezoek, de ontvolking van de binnenstad en het afnemend aantal priesters.[13]
Gerardus Majella werd op 23 april 1726 in Muro bij Napels als zoon van een eenvoudige kleermaker geboren. Zijn vader stierf toen Gerardus 12 jaar oud was, waarna de jongen werd uitbesteed bij een gildebroeder om het vak van kleermaker te leren. Tenslotte vond hij zijn bestemming en trad op 23-jarige leeftijd in als lekenbroeder bij de redemptoristen. Hij leidde een leven van versterving en zelfgekozen pijniging. Vooral in de laatste drie jaar van zijn leven bleek Gerardus over mystieke gaven te beschikken: regelmatig verkeerde hij in extase, werd op twee plaatsen tegelijk gezien, kon gedachten lezen, deed voorspellingen en verrichtte wonderen. In 1755 overleed hij. Al snel verspreidde zich een devotie tot deze volksheilige over Europa, mede door de wonderen, die op zijn voorspraak gebeurden. In 1875 werden al 77 wonderen vermeld. Na in 1893 zalig te zijn verklaard, werd hij op 8 december 1904 door paus Pius X heilig verklaard. Na de heiligverklaring nam de devotie voor Gerardus Majella een hoge vlucht. Vooral door toedoen van de redemptoristen werden ook in Nederland en België veel kerken aan hem gewijd. [14]

 

In de St. Martinuskerk
Houten beeld
Gerardus is staande op een console ten voeten uit afgebeeld in ordekledij met om zijn middel een koord waaraan een rozenkrans hangt. Zijn rechterbeen is gebogen voorwaarts geplaatst. Met zijn rechterarm omklemt hij een crucifix waarop zijn blik gericht is. Met zijn linkerhand maakt hij een zegend gebaar. Langs zijn linkerbeen klomt een lelie omhoog.

 

In de Wijcker Grachtstraat
Hardsteen
Op een sluitsteen met de tekst "Keert terug tot God" staat Gerardus ten voeten uit afgebeeld. Over zijn kleed draagt hij een openvallende mantel. In zijn gevouwen handen, op borsthoogte, houdt hij een kruis vast; om zijn armen heeft hij een rozenkrans.
Aan zijn voeten links ligt een doodshoofd, een draak kronkelt in de richting van het doodshoofd.

kr21d

 

kr21e

 


[1] www.meertens.nl, april 2008
Paulussen  Charles Vos 1888-1954, tentoonstelling 13-11-1994 tot en met 29-01-1995, Gemeentemuseum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, Weert 1994
[2] Jacobs, A. De derde orde van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel en de broederschappen van het Heilig Scapulier in Limburg in Publications de la Société Historique et Archéologique dans Le Limbourg, deel 145 jaarboek 2009, blz. 205.
[3] Jacobs,A idem blz 206
[4] Jacobs,A idem blz 208
[5] Jacobs,A idem blz 212-213
[6] Jacobs,A idem blz 226
[7] Jacobs,A idem blz 235
[8] Jacobs,A idem blz 227
[9] Jacobs,A idem blz 239
[10] Jacobs,A idem blz 243
[11] Wikipedia, Lijst van beelden in Maastricht
[12] Ubachs en Evers, Historische encyclopedie Maastricht, Zutphen 2005, blz. 191
[13] Rensch, Th., De Sint Martinuskerk te Wijck, Maastricht 1983, blz. 53-55 en Jenniskens A., Wyck, Maastrichts Silhouet nummer 44, Maastricht 1997, blz. 26-29
[14]  Wikipedia, juli 2008

 

 

Laatst aangepast (maandag, 21 november 2011 13:24)