Zijn Leven
Jacques Vos (27 februari1851- 28 april 1933) was gehuwd met Marie-Virginie Stille (14 maart 1899). Uit dit huwelijk kwamen zes kinderen voort. Als jongste werd Charles (C.H.M.) Vos op 8 september 1888 te Maastricht geboren.

Vader Vos had in de Grote Staat (toen nummer 51) in Maastricht een boekhandel.
Charles doorliep de eerste vijf klassen van de Lagere School bij de Broeders van Beyart (Aloysiusschool op Brusselsestraat te Maastricht.
Na het overlijden van zijn moeder ging Charles naar het internaat van Jezuieten in Sittard. Daar voltooide hij de Lagere School. In 1900 startte hij bij de Jezuieten zijn gymnasiumopleiding. Een jaar later verhuisden de paters naar Nijmegen (St. Canisiuscollege). Charles ging met hen mee naar Nijmegen. Al in 1901 kwam hij terug naar Limburg waar hij bij Rolduc zijn gymnasiumopleiding vervolgde. Zijn studie verliep niet erg voortvarend. Hij had meer aandacht voor het tekenen dan het maken van huiswerk. Na vijf werd besloten dat hij zou stoppen met zijn opleiding.
In Roermond waren het ateliers van Pierre (vader) en Joseph (zoon) Cuypers gevestigd. Cuypers was bekend van zijn neogotische kerkgebouwen en zijn beeldhouwweek. Charles kon als volontair zich de ambachtelijke vaardigheden eigen maken in de ateliers van Cuypers. Hij leverde prima werk af. Cuypers spoorde hem aan een opleiding te gaan volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. In 1909 startte hij zijn opleiding. Hij behaalde goede resultaten. Hij behaalde diverser eerste prijzen. Tot het.uitbreken van Eerste Wereldoorlog in 1914 bleef hij in Antwerpen, daarna keerde hij terug naar Maastricht.

prentbriefkaart aan zijn vader (verzonden uit Antwerpen 1913) atelier Antwerpen
Op 1 oktober 1915 vervolgde hij zijn studie, nu aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hier behaalde hij in oktober 1917 de 'Prix de Rome'. Dit is een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan een Nederlandse kunststudent. De winnaar ontvangt, naast een gouden medaille, vier opeenvolgende jaren een bedrag onder de voorwaarde dat ieder jaar een studieopdracht wordt uitgevoerd. De prijs werd aan Charles toegewezen voor de vervaardiging van zijn Kaïn-figuur.Hij kreeg tevens de mogelijkheid om studiereizen te maken naar Frankrijk en Italïe. Door het oorlogsgeweld moesten deze reizen voorlopig worden uitgesteld.

voor- en achterzijde van de vergulde penning behorende bij de Prix de Rome
In 1918 maakte hij als studieopdracht een model van professor August Allebé (directeur van de Rijksacademie van 1880 tot 1927); in 1919 boetseerde hij een 'Stervende Krijger'naar antiek Romeins model; in 1920 maakte hij een tondo van Madonna met Kind naar een voorbeeld van Delle Robbia uit Florence en tenslotte 1921 vervaardigde hij een beeld van de Thomas de Keyser (een schilder en beeldhouwer uit de zeventiende eeuw). Dit beeld siert nog steeds de gevel van het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Op 15 mei 1919 huwde Charles met Henriëtte den Breejen (21 juli 1893 - 10 oktober 1978). Op 1 juli ging het jonge paar op studiereis naar Italië. Zij bleven daar een jaar (eerste half jaar in Rome en het tweede half jaar in Florence). Na terugkeer in Amsterdam werd hun eerste zoon Jacques (16 juli 1920 - 2 juli 1992) geboren. De tweede studiereis van Charles had Parijs als doel. Hij verbleef daar van 1 oktober tot 10 november 1920. Na terugkeer verhuisde het gezin voorgoed naar Maastricht, waar nog twee dochters geboren werden, te weten Fien (18 augustus 1922 - 24 december 1998) en Jeanne (13 oktober 1924 - 26 januari 1979).
Vos opende begin jaren twintig van de twinstigste eeuw een eigen atelier, gevestigd in de bijgebouwen van het voormalig Franciscanerklooster in de St. Pieterstraat. Mestrom was zijn eerste assistent. Daarnaast werkte hij in de jaren 1928-1929 de Sphinx (aardewerkfabriek gesticht door Petrus Regout) als ontwerper van o.a. serviesgoed. Vos beschikte over een eigen atelier bij de Sphinx dat hij ook na zijn vertrek nog is blijven gebruiken. Tijdens zijn periode bij de Sphinx werd een nieuw procedé ontwikkeld om aardewerk en glazuur in één keer te kunnen bakken. In 1935 verplaatste hij zijn atelier van de St. Pieterstraat naar de Bernardusstraat (nu nr 9c/d). Hier bleef hij tot zijn dood werken met zijn nieuwe assistent Jan Balendong uit Roermond.
Van 30 oktober 1926 tot 1 oktober 1953 was Charles ook nog leraar beeldhouden aan de Middelbare Kunstnijverheidschool (later de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten). In het begin moest deze baan voor vast inkomen zorgen. Later toen de financiële noodzaak minder werd, bleef hij toch het docentschap continueren omdat dit hem veel voldoening en vreugde bezorgde.

atelier Middelbare Kunstnijverheidsschool

idem vlnr Van Hasselt, Vos, Eijmael, Claessen
Op 65-jarige leeftijd overleed hij op 19 februari 1954 in Maastricht.

voor- en achterzijde doodsprentje

dodenmasker (in particulier bezit)
Vos stond bekend als een zeer zwijgzame man met een vrolijke natuur. Hij kon zeer goed waarnemen wat terug te vinden is in zijn beeldhouwwerk dat vaak het leven van alle dag typeerde. Zijn werk straalt een grote expressie uit.
Het werk van Charles is veel omvattend. Voor zijn geboortestad heeft vele beeldhouwwerken gemaakt o.a. het Mooswief (Markt), de Servaasbron (Keizer Karelplein) Hendric van Veldeken. Daarnaast heeft hij, veelal in samenwerking met Limburgse architecten en Limburgse kunstenaars, religieuze werken gemaakt voor katholieke kerken met als hoogtepunt zijn werk in Antonius van Padua (Vrank, Heerlen).
Laatst aangepast (maandag, 21 november 2011 13:22)
Charles Vos: zijn Leven