www.charlesvos.nl

donderdag, 11 juni 2009 00:00

Zijn Leven

1.1. Charles Vos: zijn leven

1101

afbeelding: Charles Vos

1.1.1 Inleiding
In de tweede helft van de negentiende en vroege twintigste eeuw voltrekt zich in de Nederlandse beeldhouwkunst een geleidelijke overgang van de in de ateliers sterk ambachtelijk beoefende kunst naar de meer vrije expressie van de individuele kunstenaar, daartoe in staat gesteld door nieuwe en betere opleidingsinstituten. Van beide richtingen maakte de Maastrichtse beeldhouwer Charles Vos deel uit, daar hij zich kon ontwikkelen overeenkomstig zijn artistieke talenten, nadat hij reeds ambachtelijk was geschoold. Wij mogen dan ook stellen, dat Charles Vos onder een gelukkig gesternte werd geboren, temeer daar hij stamde uit een artistiek veelzijdig geslacht. [1]
Zijn twee ooms Frans (1 november 1846 - 16 juni 1926) en Hubert (Maastricht 15 februari 1855 - Newport/U.S.A. 8 januari 1935) waren knappe schilders. Hubert Vos  verwierf wereldvermaardheid als portretschilder. Van tal van grootheden (sultans en Oosterse prinsen) maakte hij portretten. Als eerste man kwam hij in het paleis van de tweeënzeventig jarige keizerin van China om haar portret op veertigjarige leeftijd te schilderen. Een zoon van oom Hubert, Marius Vos  (1883-?), was een bekende beeldhouwer die naar Parijs trok. Een jongere neef van hem, Frans Vos, was kunstschilder in Maastricht. Zijn nicht Jacqueline Vos huwde de Maastrichtse dirigent Hein Jordans.  [1a]
Een andere neef, Henri Vos (1883-1959), was tekenleraar aan de Academie in Den Haag. Neef Vanni Vos (Groningen 1 april 1940) is werkzaam als beeldhouwer en woont nu in Monnickendam.

 

1.1.2 De beginjaren

Joannes Joseph Hubert [2] (15 december1818 - 13 augustus 1860) huwde op 29 mei 1844 met Anna Josephina van Beneden. Zij kregen een vijftal kinderen waarvan de derde de hierboven genoemde schilder Hubert Vos was. De oudste zoon was Jacques Joseph Hubertus, geboren  op 27 februari 1851. Hij trouwde op 15 mei 1877 met Marie Virginie Stille (14 maart 1849 - 8 april 1899). Uit dit huwelijk zouden een negental kinderen geboren worden. Drie kinderen stierven binnen een jaar na de geboorte. De vierde zoon Johannes Ignatius stierf op 17-jarige leeftijd en is bijgezet in het graf van zijn ouders.
Op 8 september 1888 werd Charles Hubert Marie Vos te Maastricht geboren als jongste kind van Marie Virginie Stille en Jacques (JJH) Vos, boekhandelaar; diens zaak was gevestigd in de Grote Staat, toenmaals no. 51. Het bedrijf van vader gaf ook boeken uit. In 1948 verscheen van Br. Borremeus de uitgave Maastricht in de Tachtigjarige Oorlog.
Op de zesde klas na, doorliep Charles de lagere school bij de Broeders van de Beyart aan de Brusselsestraat; het laatste schooljaar echter verbleef hij - na de dood van zijn moeder in 1899[3] - op het internaat van de Paters Jezuïeten te Sittard. Daar ging hij in 1900 ook naar het gymnasium, maar in datzelfde jaar nog werden de paters overgeplaatst naar het St. Canisiuscollege te Nijmegen en Charles verhuisde met hen mee. Dit verblijf was eveneens van korte duur, want in 1901 ging hij voor het vervolg van zijn gymnasiumopleiding naar Rolduc. Maar ook hier kwam er van zijn studie weinig terecht: Zozeer zat namelijk de kunstenaar in hem, dat Charles liever tekende dan huiswerk maakte en zelfs de broodjes uit zijn mond spaarde om daarmee poppetjes te kunnen kneden; dit tot grote hilariteit van zijn makkers!
 
1102

afbeelding Grote Staat 51 (boekhhandel Vos)

1103

afbeelding: Grote Staat 51 anno 2012

1103 0

Uitgave van boekhandel Vos (foto Marktplaats)

 

1.1.3    Zijn opleiding

 

Na vijf jaar werd uiteindelijk besloten, dat Charles - om beter op zijn plaats te zijn - zou vertrekken naar Roermond om als volontair werkzaam te zijn in de ateliers van Pierre en Joseph Cuypers, destijds een belangrijk centrum van kunstbeoefening in Limburg. In 1852 begonnen als "atelier voor gewijde beeldhouwkunde", groeide deze werkplaats voor kerkelijke kunst - opgericht door stadsarchitect Pierre Cuypers (Roermond 1827-1921) en onder andere François Stoltzenberg, textielfabrikant en handelaar in kerkbenodigdheden - in korte tijd omvangrijk uit: Behalve voor de veelal neogotische, katholieke kerkgebouwen werd er later ook beeldhouwwerk en houtsnijwerk geleverd ter decoratie van profane gebouwen, zoals voor het door Cuypers ontworpen, monumentale Centraal Station en Rijksmuseum, beide te Amsterdam, en Kasteel "De Haar" te Haarzuilens. Tijdens de bouw hiervan, trad Frans Stoltzenberg jr. (Roermond 1838-New York 1909), die zijn vader was opgevolgd in 1875, in 1893 terug en werd de werkplaats voortgezet onder de naam "Cuypers en Co.". Aldus ging de jonge Vos in 1906 in de leer zowel bij de nestor Pierre Cuypers als diens zoon Joseph en onder hun begeleiding wist Vos zich snel de ambachtelijke vaardigheden van het vak eigen te maken. In 1909 spoorde Cuypers hem aan de kunstopeiding in Antwerpen te gaan volgen, welk advies werd opgevolgd. [3a 0]

 

 

atelier Cuypers (uit boek onder voetnoot 3a 0)

 

Van 1909 tot 1914 studeerde Charles Vos dan ook aan de Koninklijke Academie van Schone Kunstenaldaar, waar Eduard Deckers en de professoren Dupont en Baron Opsomer zijn leraren waren. Ook hier bleek hij een zeer goede leerling te zijn. Al in het schooljaar 1911-1912 behaalde Charles, die te Antwerpen "Meester Vos, Karel van Maastricht" werd genoemd, de eerste prijs in de prijskamp "Ontleedkunde": 'Spieren en Geraamte'. Het daaropvolgende jaar behaalde hij nogmaals de eerste prijs en ook aan het einde van het schooljaar 1913-1914 verwierf Vos "Den eersten prijs voor het boetseren der figuren naar het leven". Ter afsluiting van deze studietijd ontving Charles Vos op 17 december 1914 uit handen van de beheerder, de heer Fernand Bonnet, het getuigschrift van de Academie en bovendien de verguld zilveren "Staatsmedalie".

1104

afbeelding: prentbriefkaart aan vader, verzonden vanuit Antwerpen 1913

1105

afbeelding atelier Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen 1909-1914 *2

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914, keerde Vos terug naar Maastricht. Hij verkocht kranten en werkte hier en daar; onder andere was hij medewerkzaam bij de uitvoering van de leeuwen - aangebracht aan de voorgevel van het station te Maastricht - die naar ontwerp van Willem Brouwer uit Leiden werden gekapt door Tempelman.

Vervolgens begon op 1 oktober 1915 zijn studie aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, waar Prof. Dr. H.J. Derkinderen directeur was en Prof. J. Bronner Vos' leermeester.
Hij kwam terecht in de beeldhouwklas met o.a. Albert Termote, Anton Maas, Jaap Kaas en H.C. Bastert. Zij behoorden tot de eerste leerlingen van Jan Bronner (1881-1972), die als opvolger van Bart van Hove was benoemd tot hoogleraar in de beeldhouwkunst. De opleiding tot beeldhouwer duurde vier tot zes jaar en was zeer intensief. Men werkte van 9.00 tot 12.00 uur, van 13.00 tot 16.00 uur en van 19.00 tot 21.00 uur, vijf dagen per week. Het lesprogramma van de eerste klas bestond uit: het boetseren van koppen en rompen naar de antieken en het leven, gipsgieten, houtsnijden, vrije en versierde compositie, uit het hoofd werken en tenslotte anatomie. Gedurende de volgende jaren bleef het programma gehandhaafd, met uitzondering van het eerste onderdeel waarin koppen en rompen werden vervangen door de figuur. In de derde en vierde klas werd het rooster uitgebreid met het vak steenbewerking. Hierin stond centraal het houwen van beelden in steen direct naar het leven teneinde het observatievermogen te scherpen, de beeldende kracht te sterken.
Omdat de beeldhouwafdeling zo klein was, werkten de leerlingen uit verschillende klassen bijeen in hetzelfde lokaal. Bronner vond het belangrijk dat de jongeren leerden van de ouderen. Bronner eiste discipline van zijn leerlingen, maar de sfeer in de klas was goed. Er werd vriendelijk en driftig gediscussieerd over politiek, literatuur en beeldende kunst.
Termote en Vos werkten tijdens hun loge-jaren in het houten atelier in de academietuin. Hier troffen de Belgische, Brabantse en Limburgse leerlingen, die door het uitbreken van de eerste wereldoorlog gedwongen waren hun studie in het noorden voort te zetten, elkaar. De goede sfeer trok ook anderen aan zoals conciërge Heeren, het model Jetje (de toekomstige echtgenoot van Vos) en de beroepsmodellen Alfred van Dijk en Fabritius. [3a]
 
Wederom bleek hij een uitstekende leerling te zijn, die namelijk op 2 oktober 1917 de zogenaamde "Prix de Rome" behaalde, de hoogste onderscheiding die een Nederlandse kunststudent ten deel kan vallen en welke tot op heden nog jaarlijks wordt uitgereikt. Charles Vos behaalde de "Prix de Rome" met zijn Kaïn-figuur. De prijs bestond uit een gouden medaille en een jaargeld gedurende vier achtereenvolgende jaren, onder voorwaarde dat ieder jaar bepaalde studieopdrachten zouden worden uitgevoerd; bovendien werd Vos in de gelegenheid gesteld om studiereizen te maken naar Italië en Frankrijk.
 
1106
 
afbeelding: voor- en achterzijde van de vergulde penning (diameter 5cm) behorende bij de Prix de Rome)
 
1107
 
afbeelding Kaïn (Paulussen)
 
In zijn geboortestad ontving hij van het Gemeentebestuur een oorkondevoor het behalen van de "Prix de Rome". De tekst luidde:
"Hulde van het Gemeentebestuur aan den heer Charles Hubert Marie Vos geboren te Maastricht den 8 september 1888 aan wien in den wedstrijd in de beeldhouwkunst aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam met algemeene stemmen de gouden eereprijs werd toegekend. Maastricht, 10 oct. 1917".
Op 17 oktober 1917 werd Charles Vos op het stadhuis van Maastricht ontvangen voor een huldiging ter gelegenheid van het behalen van de Prix de Rome. Namens de gemeente werd hij toegesproken door burgemeester mr. Van Oppen. Hij zei dat het een eer was voor de stad Maastricht dat "een harer zonen zulke hooge onderscheiding was te beurt gevallen."
Het was een sobere huldiging, niet alleen vanwege de tijdsomstandigheden, maar ook op uitdrukkelijk verzoek van Charles Vos zelf. Hij ontving een bovenvermelde oorkonde.
Van Oppen deelde nog mede dat besloten was  de heer Vos een opdracht te verstrekken voor de vervaardiging van een tweetal reliëfbeelden die aan weerszijden van de trap in de vestibule van het stadhuis zullen worden aangebracht. [3b]
 
 
1108
 
afbeelding: oorkonde Gemeente Maastricht
 
1109
 
afbeelding: prof. Allebé
 
1111
 
afbeelding: stervende krijger (Paulussen)
 
1108a
 
uit een oude (onbekende) krant
 
Deze studiereizen werden echter uitgesteld tot na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918.
In dat jaar vervaardigde Vos als eerste studieopdracht een model voor een portretbuste van Prof. August Allebé (1838-1927) (afb. 1109). Op 19 april 1918 werd de tachtigste verjaardag gevierd van August Allebé, hoogleraar en directeur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam van 1870 tot 1907. Tijdens de toespraak werden lovende woorden aan de jarige gericht. De Commissie van Toezicht had aan Charles Vos een opdracht verstrekt om een buste van Allebé te boetseren, waardoor in de Academie de beeltenis steeds aan de voorbeeldrol die Allebé had, zou blijven herinneren. [3c]
Nadat Charles Vos op 15 mei 1919 was gehuwd met Henriëtte den Breejen (21 juli 1893 - 10 oktober 1978), vertrokken zij vervolgens op 1 juli samen naar Italië; allereerst naar Rome, alwaar zij een half jaar verbleven. Onder hun bescheiden bevonden zich ter aanbeveling zowel een gedateerd visitekaartje (12 april 1919) als een  gedateerde brief (4 juni 1919) van Professor Derkinderen. Als studieopdracht van het jaar 1919 boetseerde Vos een "Stervende Krijger"  naar antiek Romeins model. Het daaropvolgende half jaar, van januari 1920 tot 1 juli 1920 verbleef het echtpaar Vos te Florence. Als studieopdracht vervaardigde Charles Vos een in tondo (ronde) vorm afgebeelde Madonna met Kind, geïnspireerd op een vijftiende eeuws Florentijns voorbeeld van de " Della Robbia's "  (een familie met een enorm atelier, waar speciaal dit genre Madonna's in keramiek werd geproduceerd, om deze Maria-reliëfs zijn zij tot op heden beroemd gebleven). Na 1 juli keerde Vos met zijn vrouw terug naar Amsterdam, waar op 16 juli hun eerste kind, een zoon Jacques (16 juli 1920 - 2 juni 1992) werd geboren. Tenslotte voerde zijn studiereis naar Parijs, alwaar hij - ditmaal alleen (zijn vrouw bleef met zoon achter in Amsterdam) - kortstondig verbleef, namelijk van 1 oktober tot 10 november 1920. Na dit verblijf keerde Charles Vos voorgoed met zijn gezin terug naar Maastricht (zomer 1922) waar hij ging wonen op de Cannerweg 159. Later verhusde het gezin naar Aylvalaan 54.
In 1922 werd dochter Fien geboren (18 augustus 1922 - 24 december 1998). In 1924 werd het gezin gecompleteerd met de geboorte van dochter Jeanne (13 oktober 1924 - 26 januari 1979).
In 1921 volgde als laatste studieopdracht een ontwerp voor een beeld van de zeventiende-eeuwse schilder en beeldhouwer Thomas de Keyser (1596-1667), dat was bestemd voor de gevel van het Stedelijk Museum te Amsterdam. Als model fungeerde de Maastrichtse graveur Jean Sondeyker, een zwierige figuur met grote hoed. Ook deze schepping werd zeer geprezen, maar het duurde nog tot 4 februari 1924 alvorens de door Vos in steen uitgekapte figuur werd geplaatst in de derde nis, rechts van de hoofdingang van het Stedelijk Museum, waar het beeld zich nog steeds bevindt.
 
  
het echtpaar Vos - Den Breejen geschilderd door Edmond Bellefroid
olieverf op doek, gesigneerd 1938 *2
 
1110
 
afbeelding: Henriëtte den Breejen
 
 
 
 
portret van Charles Vos door Petran Vermeulen
 
1112
 
afbeelding: Jacques Vos
 
1113
 
afbeelding: Jeanne
 
 
1114

afbeelding: Fien

1115

afbeelding: Thomas de Keyser

1.1.4 Aan het werk

Eigen atelier:

In het begin van de twintiger jaren was het atelier van de aankomend kunstenaar Vos gevestigd in een van de bijgebouwen van het voormalige Franciscanerklooster, thans Rijksarchief, in de St. Pieterstraat. Hier werkte Vos samen met zijn eerste assistent, de heer Mestrom. In 1935 - als erkend beeldhouwer met veel opdrachten - verplaatste Vos zijn atelier naar de St.Bernardusstraat (thans no. 9c/d), waarin hij tot aan zijn dood bleef werken met zijn volgende assistent, Jan Balendong [4].
Zijn werken zijn globaal te verdelen in kerkelijke en profane werken. Verderop zal daar uitgebreid op worden ingegaan.
 
1116
 
afbeelding: St. Bernardusstraat 9c/d anno 2012
 
1116a
 
Charles Vos poserend in zijn atelier
 
1123c
 
Charles Vos poserend
 
1116b
 
Charles Vos aan het werk in zijn atelier
1116c  1116d
1116e 
 
1116g 1116h
 
Charles Vos met Jan Balenbong aan het werk in het atelier en op de academie (foto's collectie Peters Smeets)

Sphinx:

Alvorens echter als beeldhouwer zelfstandig in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, was Vos in de jaren 1928-1929 vormgever bij de Maastrichtse aardewerkfabriek " De Sphinx ",
Door invoering van de auteurswet werd de Sphinx gedwongen eigen ontwerpers in dienst te nemen. Op 1 januari 1917 trad Johannes Henricus Lint (1889-1956) als keramische ontwerper in dienst bij de Sphinx. Hij werd in 1924 opgevolgd door Roozendaal, die er werkte tot 1928. Het kortste dienstverband als ontwerper kwam op naam van Charles Vos. Hij had al eerder de aandacht getrokken van Sphinx-directeur W. Bonemeijer. Hij wilde het bedrijf geleidelijk meer focussen op het gebied van kunstaardewerk. In september 1926 schreef hij "thans is het voorstel aan de orde om den Heer Vos, beeldhouwer van beroep te Maastricht, op een of andere wijze aan de fabriek te verbinden en zoodoende de artikelen te gaan fabriceeren weer op een ander gebied, waarvoor ik, afgezien van het Continent, in Zuid-Amerika een goed afzetgebied meen gevonden te hebben. Ik hoop, dat de Heeren dit voorstel zullen aannemen. Het zal de naam van de Sphinx geen kwaad doen."
Pas in de loop van 1928 kwam Vos in dienst bij het bedrijf. Slechts een zeer korte periode was hij verantwoordelijk voor de door hem ontworpen plastiekjes, zoals bijvoorbeeld - ter gelegenheid van de achttiende verjaardag van Prinses Juliana - het wit geglazuurd beeld
" Het Ontwaken", dat op fijnzinnige wijze het ontluikend leven symboliseert.
Naast enkele beelden van heiligen waren het voornamelijk dierfiguren in klein formaat die geproduceerd werden. [5] Hij ontwierp een servies onder de naam Globe.In het voorjaar van 1929 nam Edmond Bellefroid het werk van Charles Vos over. [6]
In de Sphinx had Vos ook de beschikking over een eigen kleine ruimte, waar hij samen met de heer Olivier experimenteerde met aardewerk en glazuur; dit gebeurde onder leiding van directeur Ir. L.J.H.W. Bonemeyer, die zelf na langdurige proefnemingen reeds eerder de belangrijke vondst had gedaan om de beide materialen, aardewerk en glazuur, in één keer te kunnen bakken, hetgeen zowel een betere kwaliteit in esthetisch opzicht als een hogere duurzaamheid van het product tot resultaat had. Als hoogtepunt van het werken volgens dit procedé, kunnen de Kruiswegstaties van de Antoniuskerk van Padua in de voormalige Huskenkolonie - thans "de Vrank" genaamd - te Heerlen worden vermeld.
 
1117
 
afbeelding: Het ontwaken
 
1118
 
afbeelding:  Maria met Kind
 
1119
 
afbeelding: Aap
 
1120
 
afbeelding: servies Globe
 
1121
 
afbeelding: Antnonius van Padua (Huskenkolonie Vrank Heerlen): kruiswegstatie
 
 

Docent:

Het Stadsteekeninstituut werd bij Raadsbesluit van 16 juni 1898 opgericht. In de jaren 1920 waren er drie cursussen: handtekenen, technisch schilderen en boetseren. De lessen werden gegeven in de voormalige Cellebroederskapel. [7]
Op 1 oktober 1926 werd het instituut omgezet in de Middelbare Kunstnijverheidsschool (naderhand Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten genaamd) met Jos Postmes (30 juli 1896 - 30 november 1934) als mede-oprichter en eerste directeur. De school was gevestigd aan de Herbenusstraat te Maastricht. [8]
 
1121a
 
afbeelding: Leden van de Commissie van Toezicht, directeur, leraren, leerlingen en genodigden bijeen ter gelegenheid van de officiële start van de Middelbare Kunstnijverheidsschool op 30 oktober 1926)
 
Van 30 oktober 1926 tot 1 oktober 1953 vervulde Charles Vos de post van leraar beeldhouwen aan de Middelbare Kunstnijverheidsschool. Vos gaf op de afdeling C de dagcursus beeldhouwen.
Het vakkenpakket van deze cursus bestond uit: algemeen vormend onderwijs, anatomie*, boetseren* , composieten, gieten*, hakken in verschillende materialen*, iconografie, kunstgeschiedenis*, lettertekenen*, materiaalleer, maquette maken, modeltekenen, ontwerpen* en natuursteen. Aan de afdeling E werd de cursus keramiek (9 uur per week) gegeven. Deze cursus was bedoeld voor hen die op een atelier of fabriek werkzaam waren en zich verder wilden bekwamen in het ontwerpen, boetseren en kennis van materialen teneinde zich voor te bereiden als ontwerper, of leider van een afdeling in de keramische industrie of een keramisch  atelier wilde oprichten of  zich als zelfstandig pottenbakker wilde vestigen. Aan de avondcursus (beeldhouwen en keramiek) gaf hij ook nog het vak tekenen. [9]
 
 
1122
 
afbeelding:  De beeldhouwklas onder leiding van Charles Vos - geheel links op de foto - tijdens het cursusjaar 1926/1927 (uiterst rechts Pierre Deams)(historisch centrum limburg RAL G 388)
 
 
De beeldhouwklas 1929 links Pierre Deams met naast hem Charles Vos (Historisch Centrum Maastricht RAL G392)
 
1123
 
afbeelding  V. Van Hasselt, Ch. Vos, J.Eijmael, H.Claessen (afbeelding Paulussen)
 
1121c
 
afbeelding: de beeldhouwklas tijdens het schooljaar 1926/1927
 
 
 
Kunstnijverheidsschool eind jaren veertig twintigste eeuw
Vos geeft aanwijzingen aan Frans Gast, links op de voorgrond Vera van Hasselt en rechts Nic. Tummers
 
 
In 1928 werd een tentoonstelling gehouden van het werk van de leerlingen van de Middelbare Kunstnijverheidsschool.
 
1123a
 
afbeelding Opening van de tentoonstelling. V.l.n.r. (zittend) Henri Jonas, Dominque Stassen, wethouder Grossier, burgemeester Van Oppen, Jos Postmes, raadsleden Hoeks en Kleinen (staand) C. op den Camp, ?, Charles Vos, ?, W. Veltman, Edmond Bellefroid, ir. Th. Huydts, H. Reck, ?
 
1123b
 
afbeelding Voor een diner voor de directeur, leraren en vrienden van de school werd op 29 oktober 1929 een diner gehouden. Op de menukaart van Jos Postmes maakte Charles Vos een tekening. Hij beeldde Jules Schaepkens van Riemst, de voorzitter van de Raad van Toezicht,  gezeten op een schaap uit, terwijl de stadsengel van Maastricht, met het postuur en de gelaatstrekken van Jos Postmes, hem een lauwerkrans op het hoofd zet.
 
Hoewel aanvankelijk aangenomen om zich van een vast inkomen te verzekeren, schonk dit docentschap hem zoveel voldoening en vreugde, dat Vos deze zware taak zijn leven lang bleef volhouden. Als leraar gaf hij zijn ogen goed de kost: " Waarnemen " was dan ook het belangrijkste, wanneer deze kleine, gedrongen man met een olijke blik, voorovergebogen op de fiets zijn dagelijkse ronde maakte van huis naar zijn atelier, " De Sphinx " en zijn school en weer terug.
 
1124
 
afbeelding: Charles Vos (door Nic. Tummers)
 
Dat waarnemen - het registreren in de geest van dagelijkse gebeurtenissen in een alledaagse omgeving - leidde ertoe, dat Vos in zijn beeldhouwwerk bij voorkeur " het leven van alledag " typeerde. Om deze reden verleende Nic. Tummers, die van 1945 tot 1949 tot Vos' leerlingen behoorde, hem de titel " Leraar van het Straatbeeld " in het gelijknamige artikel, dat door hem werd geschreven als bijdrage aan de publicatie " Charles Vos " - ' Straatbeelden ', Maastricht 1988 (pp.6-9). In dit artikel vermeldt Tummers, dat Vos er goed in was geslaagd het belang van een kijkgierige instelling over te dragen op zijn leerlingen. Tummers (5 februari 1928), evenals zijn echtgenote, de beeldend kunstenares Vera van Hasselt (5 juli 1924- 5 oktober 2014) en de beeldhouwers Piet Killaars (17 oktober 1922 - 8 februari 2015), Rob Stultiens (6 oktober 1922 - 23 maart 2002) en Frans Tuinstra (23 augustus 1923 - 2006) spreken allen met groot respect over hun leermeester, terwijl zij zich Vos grappen nog levendig herinneren. Een oud student van Vos sprak over een excursie met de beeldhouwklas  naar Den Haag. Zijn vriendin was ook aanwezig op die reis. Vos kondigde vroegtijdig de komst van een lange donkere tunnel aan!
Naast het waarnemen in de dagelijkse praktijk attendeerde Vos zijn studenten op bestaand werk in boeken, die hij meenam naar school. Een speciale plaats nam het werk van Lipchitz (1891-1973) en Zadkine (1890-1967) in. Ook werd regelmatig gebruik gemaakt van modellen. Vos werkte niet met een verplichte literatuurlijst voor zijn studenten.
Toch was Vos over het algemeen een zeer zwijgzame man, die in overeenstemming met zijn vrolijke natuur elke feestelijke gelegenheid aangreep om met een grappig kunstwerk te voorschijn te komen. Als voorbeeld binnen de familiekring kan genoemd worden een taartring, die Vos in 1926 maakte ter gelegenheid van de verjaardag van een familielid . De ring toont de jarige, die met zijn uitbundig vrolijke familie een feestelijke rondedans maakt, waarbij de met de pen getekende en als aquarel uitgewerkte figuren min of meer karikaturaal zijn uitgebeeld.
 
1125
 
afbeelding Vos en zijn vrouw, hun drie kinderen en overige familieleden
 
Enkele bekende beeldhouwers, naast de bovengenoemde, die hun opleiding bij Vos gevolgd hebben zijn: Jef Courtens (12 augustus 1923 - 16 mei 2009), Jef  Eymael (18 april 1921 - 15 juli 2007), Frans Gast (11 november 1927 - 11 januari 1986), Wim van Hoorn (26 mei 1908 - 17 september 1979), Giel Serpenti (27 maart 1906 - 22 juni 1982) en Arthur Spronken (20 juli 1930).
 
Op 14 november 1953 werd een afscheidsdiner georganiseerd op de Kunstacademie. Naast familieleden, collega's waren tal van genodigden aanwezig. De menukaart voor het diner was "in de stijl" gemaakt: kwinkslagen en humor ontbraken niet.
Voorgerecht:`             Vossestartsop
Tussengerecht:            Pesteikes mèt Sjarelkespatee
Hoofdgerecht:              Beeldhawerstong mèt fritte
Nagerecht:                  Boetseerpudding
Het receptieboek geeft een beeld van de bezoekers. 
1125a1
1125a2
1125a4
 
1125a6 1125a5
afbeeldingen uit de collectie Peters Smeets

1.1.5 De organisator

Vos was vaak betrokken bij activiteiten die in Maastricht georganiseerd werden.

Carnaval:

Als fervent carnavalist vond Vos het een welkome uitdaging om in café " De Momus " alle spiegels kleurrijk te beschilderen, terwijl hij ook ieder jaar praalwagens ontwierp voor de optocht en meewerkte aan de "Oprechte Mestreechter Vasteloavesgezet ".
Voor de carnavalsoptocht van 1937 maakte Charles Vos maskers 
 
1134a
 
afbeelding: spiegels in de Momus met carnaval
 
1126
 
Links op de foto de president van Sociëteit Momus, daarnaast de kop van een bekende Maastrichtenaar. [10]
 
De Sociëteit is waarschijnlijk de oudste Carnavalsvereniging van Nederland; de oprichting vond plaats in 1839. Een van de activiteiten van de vereniging was de organisatie van de Carnavalsoptocht. In 1935 organiseerde zij de laatste optocht. De Momus rekte haar bestaan nog tot aan het eeuwfeest. "Het Comité van Vijf" nam de organisatie tot aan de Tweede Wereldoorlog over. Na de oorlog werd de carnaval georganiseerd door de pas opgerichte Tempeleers.
Een vriendin van de dochters van Charles beschrijft haar carnavalservaringen. "Met carnaval ging ik  op stap met hem. Charles verkleedde zich altijd als mandarijn. Hij had dan een grote oranje mantel om en droeg een oranje muts. Zijn vrouw, een Amsterdamse die altijd model voor hem stond, ging nóóit mee; wèl zijn zoon en beide dochters. Tegen de tijd dat de café's dichtgingen, had Charles echter nooit zin om naar huis te gaan. Wij liepen dan met hem, zijn zoon aan de ene kant en ik aan de andere, zingend door de straten van 'en veer goon nog neet naor hoes, nog lang neet, nog lang neet'. Dan maakte hij tien stappen vooruit, maar deed evenveel stappen terug. Dan vond ie weer een lantaarnpaal en bleef daar staan, zodat je nooit thuiskwam. Het was al ochtend als we hem eindelijk terug in de Aylvalaan hadden, want daar woonde hij."[11]
In het kader van Carnaval maakte hij twee vrolijke, bonte tekeningen als ontwerp voor de omslag van de door Mathias Kemp in 1929 geschreven Carnavalsroman " De Bonte Storm ". In dit bestek mag niet onvermeld blijven Vos laatste schepping het alom bekende " Mooswief ", staande op een vijfhoekige fonteinbak en voorzien van vijf door Rob Stultiens vervaardigde bronzen sproeiers, dat zich op de Markt te Maastricht bevindt. Behalve een ode aan de marktvrouw en als blijvende herinnering aan de destijds bijna uitgestorven generatie van " Mooswiever ", wordt in dit op een guitige groentevrouw geïnspireerd beeld bovendien het folkloristische, Maastrichtse carnavalstype.
" Het Mooswief "- ofwel de als groentevrouw vermomde, levensgrote pop, welke tijdens Carnaval hoog aan een paal op het Vrijthof prijkt - uitgebeeld, door Vos bedoeld als symbool van de Maastrichtse Carnavalsvreugde. Hoezeer Vos zich bij dit beeld betrokken voelde en er in zijn geest nog mee bezig was, blijkt uit zijn op zijn ziekbed uitgesproken wens: " Een Mooswief dat alleen staat, is eigenlijk ook niets. Zo gauw als ik weer beter ben, maak ik er een " Moosmaan " bij. Het idee heb ik al in mijn hoofd". Echter, door het overlijden van Vos is het er niet meer van gekomen.
 
1127
 
Afbeelding: De Bonte Storm
 
1128
 
Afbeelding: het mooswief
 
1128a
 
Afbeelding: het mooswief

PETRA:

In 1928 werd door de Algemeene Roomsch-Katholieke Kunstenaars Vereeniging en het Sint-Bernulphus de Permanente Tentoonstellingsraad voor Katholieke Kunst (PETRA) ingesteld. Het doel was regelmatig tentoonstellingen te organiseren, als bon voor inspiratie voor kerkelijke kunstenaars. Zowel traditionalistische architecten als monumentale kunstenaars waren in de organisatie vertegenwoordigd. De jury werd gevormd door E. Haslinghuis, M. Molenaar, J. Engelman, A. vd Sandt en Ch. Vos (secretaris)
De eerste (en tevens laatste) tentoonstelling werd in het jaar van oprichting georganiseerd in de omgang van de Onze-Lieve-Vrouwenkerk te Maastricht. [12]
De tentoonstelling werd geopend door de voorzitter ir. H. Thunissen. Hij dankte pastoor Brune en het plaatselijke Comité die belangeloos meegewerkt hadden aan de voorbereiding en inrichting van de eerste PETRA-tentoonstelling.
Daarna gaf hij het woord aan dr. Cass. Hentzen O.F.M.. Deze benadrukte het belang van de tentoonstelling voor de Kerkelijke Kunst. Kerkelijke Kunst behoorde stichtend waardig en vertellend te zijn en eiste een nederige en dienstbare opstelling van de zijde van de kunstenaar. Het organisatiecomité had bij de samenstelling van de tentoonstelling hiermee goed rekening gehouden. De tentoonstelling richtte zich ook op de geestelijkheid die als opdrachtgevers "kennis kunnen nemen van de uitingen onze hedendaagsche Katholieke kunstenaars". Er werden 47 weken tentoongesteld.
Charles Vos was vertegenwoordigd met een beeld van de H. Familie, dat nog niet verkocht gezien de opmerking van Hentzen "de H. Familie van Ch. Vos verdient méér dan een reproductie in den catalogus en gelukkig de pastoor, dier er de hand op legt voor zijn kerk". [13]
 
 
1129
 
afbeelding: affiche Petra
 
 
1130
 
afbeelding H. Familie

Missieweken:

In 1921 en 1936 was hij betrokken bij de organisatie van de missieweken.

In de zomer  van 1921 werd een grootscheeps missiefeest gehouden met als doel liefde en geestdrift op te wekken voor de katholieke missiën. Een historisch-religieuze missie-optocht maakte deel uit van de festiviteiten. De tocht trok tweemaal (17 en 24 juli 1921). Olterdissen had de regie op zich genomen en werd ondersteund door Th. Boosten, Ch. Vos. J. Postmes, L.Pilet en A.Welters. [14]

1130a

afbeelding: Missie-optocht 1921

Het Dioceseen Missie-comité kreeg van de bisschop opdracht de Missieweek in augustus (9 t/m 16 1936) te organiseren.
In het Limburgsch Dagblad stond op 23 juni 1936:
"In het comité der feestelijkheden hebben de kunstenaars Henri Schoonbrood en Charles Vos reeds zitting, zoodat men verwachten kan. dat de artistieke verzorging van den stoet onder de noodige waarborg geschiedt. Het secretariaat van het feestelijkhedencomité wordt waargenomen door dhr. G. Prick, Alexander Battalaan 78. Verdere leden zijn dhr. Bourdor. dir. der Radiocentrale; dhr. Schreuder; kapelaan Tilmans en drs. Charles Thewissen, aan wien het voorzitterschap is opgedragen. Het ligt in de bedoeling van het comité zich nog te laten assisteeren door een uitgebreide optochtcommissie, waarvoor nog een aantal personen, onder wie nog verschillende kunstenaars, zal worden aangezocht.  Het voorbereidende werk is voor een gedeelte reeds verricht, zoodat met de feitelijke organisatie kan begonnen worden."
Op 9 augustus werd de week geopend met een pontificale hoogmis en de onthulling van een gedenksteen voor kardinaal Van Rossum, gemaakt door Charles Vos.
Het hoofdcomité van de Missieweek nam het initiatief om een monument op te richten voor Z. Em. Kardinaal Van Rossum (1854-1932)[15]. De hoogmis werd door de bisschop van Roermond, Mgr. Lemmens, opgedragen ter verkrijging van Godszegen op het missiewerk en voor de zielenrust van wijlen kardinaal Van Rossum. Onmiddellijk daarna vond de onthulling plaats van de gedenksteen ter nagedachtenis aan kardinaal Van Rossum. De marmeren plaat is versierd met een bronzen reliëf van de kardinaal en diens wapen in brons. [16]
De plechtigheid werd geleid door Mgr. Lemmens, die na een korte toespraak overging tot de onthulling. De toespraken werden afgesloten door de laatste secretaris van Mgr. Van Rossum, pater Lijdsman, die aandacht vroeg voor de grote inzet voor de missionering van de overledene. Tot slot van de plechtigheid bood de voorzitter van het hoofdcomité, Mr. A. Kessen, het monument aan de St. Servaas aan waarna Mgr. Wouters dit zeer dankbaar aanvaardde. Hij bracht in herinnering de dieptreffende gebeurtenis van het bezoek van Mgr. Van Rossum aan de stad in 1932 en dankte het missiecomité voor het monument. [17]
's Middags was een historische missieoptocht die van de Brusselsestraat naar de Tweebergerpoort, Vrijthof, St. Jacobsstraat, Kapoenstraat, Witmakersstraat, Cortestraat, OLV-plein, Wolfstraat, Kleine Staat, Muntstraat, Markt, Boschstraat, Markt, Grote Gracht, Helmstraat, Grote Staat, Kleine Staat, M. Brugstraat, St. Servaasbrug, W. Brugstraat, Stationsstraat en Parallelweg voerde. [18]
Het thema van de optocht was "de gang van het H. Evangelie door de vijf werelddelen, voorgesteld als triomph van het Kind Jezus over de wereld". In het missiegedeelte van de stoet kwamen vooral de Limburgse missionarissen naar voren. Aan de wijze van uitbeelding werd veel aandacht besteed.
Charles Vos en Henri Schoonbrood namen plaats in de optochtcommissie en werden ondersteund door andere Maastrichtse kunstenaars. Charles Vos maakte een tweetal praalwagens. [19]
In het eerste inleidende gedeelte van de stoet reden drie praalwagens mee: de Annunciatie (ontwerp G. Hack), 't huisje van Nazareth (ontwerp H. Schoonbrood) en het verrezen Kind Jezus (ontwerp Charles Vos), waarop een geopend graf wordt voorgesteld met op de achtergrond een verrezen Kind Jezus, omring door bazuinspelende engelen.
Het derde deel, dat de missionering van de stad en het gewest uitbeeldde, telde twee praalwagens: één van de grafkerk van St. Servaas en één van het graf van St. Willebrord. De eerste wagen was een ontwerp van Charles Vos en bestond uit een boven- en benedenplan. Beneden is de grafkerk van St. Servaas uitgebeeld terwijl boven de bouw van de kerk werd weergegeven. [20]
Op 16 augustus trok de stoet nogmaals door de stad.
Na de onthulling van het Kardinaal van Rossum-monument in de St. Servaaskerk, de groots opgezette Missie-optocht was als derde hoofdschotel in de Missieweek een tentoonstelling in de voormalige Dominikanerkerk, benevens in de aangrenzende lokaliteiten. Op het podium voor het orgel werd het grote beeld van St. Servaas, dat Charles Vos vervaardigde voor de Heiligdomsvaart van 1930, omgeven door een rijke versiering van palmen opgesteld. De Tijd schreef: "deze tentoonstelling zal sober van opzet gehouden worden, in strakke moderne lijnen teneinde zoo weinig mogelijk afbreuk te doen aan het architectonisch beeld van het kerkinterieur. Slechts een aantal wimpels zullen een lijnversiering aangeven. Planten en bloemen spelen een voorname rol. In het midden van de kerk komt een fontein met bloemenperk. Rond de pilaren en muren worden bloembakken aangebracht, zoodat de kerk een bloementuin zal worden. In de kerk komen de stands van de deelnemende missie-congregaties. Het inrichten der buffetten zal aan dameshanden overgelaten worden, waartoe het podium zal worden ingericht, teneinde dorstigen en hongerigen te laven, waarbij een keur van jongedames in fleurige costuums de helpende hand zullen bieden. Ook zal een zomertuin ingericht worden op de speelplaats van de aangrenzende Mulo-school."[21]
 
1131

afbeelding: onthulling van plaquette Van Rossum

Heiligdomsvaart 1930 en 1937:

Charles Vos maakte voor de Heiligdomsvaart in 1930 (12-27 juli) een beeld van St. Servaas dat tijdens de festiviteiten op het Vrijthof stond. Na afloop is het beeld nog te zien geweest in kruisgang van de St. Servaaskerk.

1132

afbeelding  Servatius tijdens de Heiligdomsvaart 1930

Jan Engelman schreef met veel waardering over het beeld:

"Het had iets patriarchaals, iets dat zeer wel-begrepen weergaf den geest van grootsche soberheid en de onverzettelijke overtuigingskracht  der vroeg-christelijke tijden waarin Servatius heeft geleefd. Het was een beeld van zware, gedrongen massa, alsof het een rotsblok was dat door een gril der natuur zoo werd gemodelleerd. Er was niet veel détail aan te bespeuren en weinig naturalistische werkelijkheidsweergave maar het had toch niet het schematische der vooropgezette styleering.  Het bleef bij alle grootheid van vorm, vrij, levend van spanning. Het was een organisch gegroeid beeld waarnaar, naar men telkens weer wilde omkijken. Het onwerkelijke, het ongeziene als werkelijkheid te doen verschijnen, is een der bijzondere vermogens van den goeden kunstenaar. Wanneer men opzag naar dit beeld (en vooral wanneer men het van links in het verkort zag trof de zekere, stoere kracht van dit werk ontwaarde men slechts na eenigen tijd van toezien,  dat de beeldhouwer zich niet had gestoord aan de academische anatomie. Uit de gesloten massa der heiligengestalte maakte zich een verstorven, aartsvaderlijke herderskop met langzaamheid los en ook twee handen, geweldig groote handen, zag men als zware uitstulpingen verschijnen.  De linkerhand hield den ranken ken bisschopsstaf vast, zooals men die kent uit de schatkamer van Sint Servaas, en de rechterhand maakte het gebaar van zegenen. Het was als men scherp toekeek, vreemd om te zien hoe vooral die rechterhand "onmogelijk" in de massa zat. Dupuis of Falise zouden dit nooit aldus gedurfd hebben. En wat was deze hand geweldig in verhouding tot het hoofd! Waar was de reëele afstand tusschen die hand, die klauw mag men wel zeggen en het corpus. Charles Vos had echter iets beters gedaan dan habiel die vraagstukken der anatomie oplossen (waartoe deze "Prix de Rome" natuurlijk wel in staat is). Hij had den bisschop Servatius begrepen als een heilige verschijning tegen een verren rijken achtergrond van mysterie. Hij gaf een gestalte die met plechtigheid en waardigheid  met "dracht" den kromstaf hief en de met machtig, breed, overhuivend en omsluitend gebaar wist te zegenen. Hij deed deze manualen langzaam groeien uit een schier mastodontische massa en verwekte zoo, voor den gevoelige, die zich zonder vooroordeelen wist in te stellen, een zeer sterke suggestie. Zoo gaf deze beeldhouwer een deformatie, een vervorming der werkelijkheid  die volkomen was verantwoord. Het onwerkelijke, het ongeziene verscheen als werkelijkheid ....  Met statie en imposant doorvoeld van expressie en gebaar met diepe wijsheid is kop en handbeweging." [22]

Nog een tweede artikel werd aan het beeld gewijd:

"Het eerste publieke, dat zijn vaderstad van hem zag, was de St. Servaas, welke in 1930 op het Vrijthof werd geplaatst en van treffende aartsvaderlijke visionaire allure was. Dit beeld, dat nu zyn plaats heeft in de omgang van St. Servaas is veel meer dan een historische St. Servaas. Daar ligt iets In van de blyvende bekommering en zorg om zyn stad." [22a]

 

In 11 juli 1937 trok de Heiligsdomsvaartstoet door de stad. Via het Vrijthof, de St. Jacobstraat, de Kapoenstraat, de Witmakersstraat, het OLV-plein, de Maastrichter Brugstraat, de Servaasbrug, de Wilhelminasingel, de Markt, de Munstraat, de Grote Staat en eindigde de stoet op het Vrijthof.
De stoet bestond uit een vijftal gedeelten ( de vandelgroep, de verheerlijking van St. Servatius, de glorie van OLVrouw Sterre der Zee, het miraculeuze kruisbeeld van Wijck en de stoet van de Heilige Relieken). [23]
De schatbewaarder van de OLV-basiliek, kapelaan Tilmans, en de architect Sprenger waren de initiatiefnemers om tijdens de Heilgdomsvaart van 1937 een tentoonstelling van Maria-beelden te organiseren. Begin 1937 werd een oproep gedaan om beelden ter beschikking te stellen. In april waren al meer dan honderd toezeggingen gedaan. Een comité bestaande uit pastoor Brune (ere-voorzitter), architect Muré (secretaris) en kapelaan Habets (penningmeester),  de kunstenaars G. Eberhard en Ch. Vos en de kapelaans Geurts, Joosten en Thewissen zorgden voor de selectie. De opening vond plaats op 19 juli 1937, de beelden waren opgesteld in de omgang van de OLV-basiliek.
De Limburger Koerier schreef: "men vindt er natuurlijk ook modern werk. De werkelijk prachtige beelden van den Maastrichter beeldhouwer Charles Vos [... ] zijn opgesteld."
In het programmablad stond een lijst van inzendingen. [24]
Er werd een lijst van 82 werken vermeld. Charles Vos komt voor onder nummer 26 a "gips ontwerp, modern (Ch. Vos), Ch. Thewissen Maastricht" en 45a t/m e: a "model 1936", b "model", c "model 1937", d "model 1935", e "ceramiek". [25] Verdere gegevens ontbreken helaas.
 
1132a
afbeelding: Heiligdomsvaart 1936 Maria-altaar
 
1133
 
afbeelding tentoonstelling in de OLV-basiliek

De vijftigste en zestigste verjaardag van Henri Jonas:

Charles Vos maakte ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Henri Jonas op 5 mei 1928 een tekening.

1133a

Afbeelding: de vijftigste verjaardag van Henri Jonas

Met de klok mee en te beginnen midden boven:

Henri Jonas, Jan Gregoire, Herman Gouwe, dokter Willems, Jan Bakhoven, Han Jelinger, Mathias Kemp, Alphons Boosten, Charles Nijpels, Charles Gemmeke, Edmond Bellefroid, Vic Reinders, Charles Vos, ?, Frits Lousberg. [26]

Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Henri Jonas werd een ere-tentoonstelling ( 8 tot 22 mei 1938) georganiseerd in het stadhuis van Maastricht. In het organisatie-comité  o.a.  de voorzitter van Kunstenaarsvereniging Limburg Charles Vos.[27]
De tentoonstelling werd op 8 mei geopend door burgemeester jhr. mr. W. Michiels van Kessenich. Jan Engelman hield een inleiding; hij hield een gloedvol betoog over de kwaliteiten van Jonas'werk.[28]
 

Maria-Wagenspel 'De Piëta' 1938/ Internationaal Mariacongres in Maastricht 1940

Het toneel in dienst stellen van een bepaalde idee - de Mariaverering - ligt duidelijk ten grondslag aan het Maria-Wagenspel 'De Piëta', een mysteriespel van droom en gelijkenis, geschreven door Jacques Schreurs in opdracht van het comité Maria-Wagenspel 1938 om in steden en dorpen op de marktpleinen te spelen. De première van het spel vond plaats op de markt te Roermond op 19 juni 1938. Het kan gezien worden als voorbereiding op het in 1940 te houden Internationaal Mariacongres te Maastricht, bij welke gelegenheid een groot Mariaspel zou worden opgevoerd. Het congres ging echter vanwege de oorlog niet door.[28a]

Op een open wagen werd een decor met een hoogte van 8m, naar ontwerp van Jef Baarts, gebouwd, dat inklapbaar was. Het decor werd gebouwd door de carossiefabriek te Maastricht.
De wagen trok in de maanden juni, juli en augustus door heel Limburg waarbij diverse dorpen en steden werden aangedaan om uitvoeringen te geven.[28b]
Charles Vos werd bij het project betrokken voor de vervaardiging van maskers. In de Limburger Koerier stond op 15 juni 1938: "in het atelier van den beeldhouwer Charles Vos te Maastricht heeft deze Dinsdag van het gelaat van een der hoofdspelers uit het Wagenspel een masker genomen, hetwelk bij de uitbeelding van het stuk dienst moet doen."
 
Het was de bedoeling om het internationale Mariacongres in Maastricht te laten plaatsvinden van 10 tot 15 augustus 1940. Het organisatiecomité had een prijsvraag uitgeschreven voor het maken van een groot affiche voor dit congres. De jury werd gevormd door pater Mortel, pastoor Linssen, architect Boosten en beeldhouwer Ch. Vos.[28c]
De officieuze opening werd gepland voor 16 juli, het feest van O.L. Vrouw van de Berg Carmel. 's Middags zou Mrg. Lemmens, de bisschop van Roermond, de congresvlag in hijsen. Vervolgens zou een Mariabeeld van Charles Vos op het O.L. Vrouweplein worden onthuld. Bloemen, door de kinderen gedurende de voorafgaande maanden verzorgd, zouden rond het beeld gelegd worden. [28d]
Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vond het Mariacongres geen doorgang.

1133bb

afbeelding: buhne van het wagenspel

Sacramentsdag Luik juni 1946

Sacramentsdag werd vanaf de late middeleeuwen een populaire feestdag, te beginnen in het Bisdom Luik. Het feest gaat terug op een visioen van de heilige Juliana van Cornillon uit Luik. Zij zag onder het bidden een mond die op een bepaalde plaats verdonkerd was. Christus zou haar verklaard hebben dat dat "de mond van de Kerk is, en de donkere vlek daarin het gemis aan een feest voor het Heilig Sacrament". Op aandrang van Juliana stelde bisschop Robert van Luik in 1246 het feest voor zijn diocees, waartoe ook een groot deel van Zuid-Limburg behoorde, in. De feestdag wordt gevierd op de tweede donderdag na Pinksteren.

In Luik werd in de maand juni van 1946 op grootse wijze de zevenhonderdste verjaardag van het Heilige Sacramentsdag gevierd. Tal van activiteiten vond plaats waaronder een waterprocessie op de Maas op 16 juni. De processie bestond uit een 200 boten, iedere stad of vereniging kon deelnemen.

Maastricht nam ook met een boot deel aan de processie waarop omgeven door pages en maagden geplaatst was de Noodkist, de beelden van St. Servaas en St. Lambertus alsmede de Stedenmaagd. Ook een maquette van de St. Servaaskerk maakte er deel van uit. [28e]

Het ontwerp voor de boot werd vervaardigd door Charles Vos. [28f]

Charles Vos heeft op de voorzijde een tekening in kleur gemaakt van de Maastrichtse boot.

Voorop staat de stadsengel met voor haar het op de grond het wapenschild van Maastricht, gevolgd door twee ruggelings tegen elkaar gezeten vrouwen met daar tussenin een vaandel, op een verhoging de buste van Servaas of Lambertus, twee ruggelings tegen elkaar gezeten vrouwen met daar tussenin een vaandel, op een verhoging de buste van Servaas of Lambertus, twee ruggelings tegen elkaar gezeten vrouwen met daar tussenin een vaandel, op een verhoging de Noodkist (met op hoeken een knielend biddende vrouw). Achterop staat een beeld van een zegenende Servaas met naast hem een leviet die de bisschopsstaf vasthoudt. Achter dit beeld enkele jeugdigen en de tekst van beneden naar boven "jeugdvereeniging".

Achterop de tekening is een bovenaanzicht van de boot gemaakt.

 

 

afbeelding uit archief RHCL
 

afbeelding uit archief RHCL

 

 

afbeelding uit archief RHCL

 

afbeelding: de processie op de Maas (niet de boot getekend door Charles Vos)

 


1.1.6 Zijn vijftigste verjaardag

Op 7 september 1938 zou Charles Vos 50 jaar worden. Uit de namen van de leden van het Eere-Comité blijkt wel de grote erkenning die Charles Vos als kunstenaar ten deel viel.
Het comité bestond uit:
W. Michiels van Kessenich, burgemeester van Maastricht, erevoorzitter
J. Schaepkens van Riemst, wethouder in Maastricht, voorzitter
A. Stols, uitgever, secretaris
H. vd Broeck, hoofdredacteur van de Limburger Koerier
H. Bos, directeur Ambachtsschool
E. Deckers, hoogleraar Academie van Schoone Kunsten Antwerpen
J. Eberhard, president sociëteit Momus
W. Hermans, dirigent Stedelijk Orkest Maastricht
G. Jacobs vd Hof, voorzitter Kring van Ned. Beeldhouwers, Arnhem
K. Janssen de Limpens, lid Provenciale Staten
W. v Konijnenburg, kunstschilder
L. v Oppen, oud-burgemeester van Maastricht
H. Poels, hoofdalmoezenier van den Arbeid
Prudentius van Leusden, minister provinciaal van de Minderbroeders
J. v Royen, voorzitter van de Vereeniging van Ambachten
J. Scheffers, directeur der Middelbare Kunstnijverheidsschool Maastricht
V. Smeets, voorzitter van de Commissie van Toezicht der M.K.S. Maastricht
J. Tielens, advocaat en procureur te Amsterdam
A. vd Venne, directeur van Rolduc
J. Vos, hoogleraar te Groningen
 
De commissie van voorbereiding bestaande uit de heren M.Kemp, F.Lousberg en H.Specker zou een tentoonstelling van kleinplastieken van Charles Vos organiseren in de Kunstzaal de Gulden Roos (Grote Looiersstraat te Maastricht). [29]
De opening van de tentoonstelling was bepaald op 10 september. Burgemeester Michiels van Kessenich hield de openingsrede. Daarna was er de gelegenheid om de jarige geluk te wensen. 's Avonds was in de sociëteit de Momus een feestmaal voor vrienden georganiseerd.
Vos, bescheiden als hij was, trad niet graag op de voorgrond. Bij onthullingen van zijn werk bleef hij graag op de achtergrond: "liefst verbergt hij zich in de achterste geledingen, goed gecamoufleerd door lange personen: hij is dan wel aanwezig, doch geen getuige. En mochten onverlaten het in hun hoofd halen om hem naar voren te willen laten komen, dan zouden er tien Limburgsche trekpaarden noodig zijn om hem uit zijn schuilhoek te rukken".
Een journalist schreef over het geplande feestmaal "doch zou het me niet verwonderen als op 't laatste moment bleek dat de jubilaris er tusschen uit geknepen was om in Canne of, als het rijwiel en de dorst het uithouden, nog verder, enkele glazen oud bier is gaan drinken". [30]
 
In de krant van 21 september staat een artikel dat ons een goed beeld van de tentoonstelling geeft.[31]
"Profaan en religieus werk wisselen elkander hier af. Er zijn werkstukken waartoe de kunstenaar zelf het initiatief genomen heeft, zooals in "De Blinde" en "Maria Magdalena" en enkele bustes van vrienden, waaronder de oudere van Henri Jonas uitmunt; er zijn ook opdrachten, zooals de buste in brons van J. Schaepkens van Riempst en oud-burgemeester
L. B. J. van Oppen. Voorstellingen van heiligen en van duivels, soms in één groepje tezamen gebracht, goed begrepen kinderkopjes, direct en zonder sentimentaliteit, plaquettes en bronzen fauntjes. Zij vormen een feestelijken stoet; zij allen zijn het die den kunstenaar eren; wij bezoekers en beschouwers kunnen aan die eer niet veel toevoegen.
Heiligen en duivels: het zijn ongetwijfeld deze laatsten. waaraan Charles Vos met zooveel begrip voor het onderwerp geboetseerd heeft - want hij is erin geslaagd den duivel vrijwel niets menschelijks te laten, zonder hem ook maar iets dierlijks te geven - die hij heeft los- gelaten om de suikeren en marsepeinen santen uit de kerken te verjagen en ze te vervangen door zijn heiligen, die in de hemelsche hiërarchie de bemiddelaars moeten zijn bij God. Van deze heiligen en van deze duivels heeft hij er ook voor huiselijk gebruik geschapen. Enkele uitzonderingen daargelaten, waarin hij iets te veel aan het decoratieve, dus aan het uiterlijk heeft toegegeven, gaat er zelfs voor den nuchteren beschouwer een zekere stemming van dit werk uit, die, zooals in "Maria Magdalena" kan culmineeren in een gevoel van tragiek.
Men zal niet aarzelen aan een klein "kruisbeeld", dat hier op een bescheiden plaatsje hangt, de voorkeur toe te kennen. In dit ééne kleine plastiekje heeft hij den gestorven Christus uitgebeeld hangende tusschen de beide moordenaars; de triomfeerende Christus stijgt boven deze tragische groep der drie figuren uit. De bescheiden maten van dit werk laten toch toe dat men dezelfde sensatie ondergaat als bij de bekende doeken van Christus-aan-het-kruis van Grünewald en El Greco. Het is waarlijk geen geringe verdienste om in dit werk van zulke afmetingen bereikt te hebben wat reeds in de monumentale plastieken van Vos kon geprezen worden.
Als portrettist komt Charles Vos de onbetwistbare verdienste toe om zonder in z.g. nieuwe zakelijkheid of plat realisme te vervallen, goedgelijkende koppen te maken die zoowel den opdrachtgever als lieden met artistieke pretentie voldoening schenken. De portretbuste van Henri Jonas werd reeds genoemd. Ook die uit een latere periode van den graveur H. Levigne is een zeer knap stuk werk; het ware te wenschen dat beide in brons of steen uitgevoerd konden worden. Het vergankelijke gips. waarin Charles Vos persisteert vele zijner bustes en andere plastieken uit te voeren, doen ons namelijk vreezen dat er op den duur veel van al dit belangrijke werk verloren zou kunnen gaan.
Hel kleine werk van Charles Vos heeft den indruk versterkt dat men hier te doen heeft met een veelzijdig en zeer begaafd kunstenaar, een vitaal en hardwerkend mensen. Moge het hem gegeven zijn nog lange jaren aan zijn arbeid te blijven, een arbeid, die door velen, in zijn vaderstad vooral, geapprecieerd wordt.
Want - curieus fenomeen in het door zijn kunstenaarsgroepen bekende Maastricht, waar in den laatsten tijd het bezoek aan tentoonstellingen zeer beneden peil bleef, vooral als niet-Maastrichtenaren exposeerden - in den korten tijd dat de tentoonstelling voor het publiek toegankelijk is, werd zij reeds door enkele honderden belangstellenden bezocht. Vos' populariteit is ook duidelijk gebleken niet alleen bij de receptie, die het Eere-Comité georganiseerd had op 10 September, maar op een veel typischer wijze nog op den avond van denzelfden dag. toen - terwijl hij met zijn vrienden aan een feestmaal vereenigd was - vele muziekgezelschappen en andere vereenigingen den jarige serenades kwamen brengen en met toespraken huldigen in de oude Sociëteit Momus. Een dergelijke spontane huldiging moet Charles Vos goed hebben gedaan. En zij is hem van harte gegund!"
 
Edmond Bellefroid ontwierp voor de jarige een wandbord waarop men "de Vos" ziet tussen bekende bouwwerken van zijn stad Maastricht. Het randschrift rond het beeld en binnen de fraaie bloemversiering luidt: "dat Charel Vos nog väöl sjoen beelder make maag en nog langen tied veur z'n femielje bewaord maag blieve".[31a] 
1134
 afbeelding: Limburger Koerier
Op zijn vijftigste verjaardag werd hij benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. [31b]
 
Op zaterdag 24 september 1938 werd op initiatief van de KMKSV Arti een huldigingsavond aan Vos aangeboden door de leerlingen van de Middelbare Kunstnijverheidsschool in het Dinghuis te Maastricht. Door Ir. W.M. Marres werd de jarige gecomplimenteerd. Hij kreeg een album met schetsen, gemaakt door verschillende leerlingen, als aandenken aangeboden. [31c]
 
 
1134
 
afbeelding: bladzijde uit het receptieboek
 
1133b
 
 
afbeelding: advertentie in de Limburgse Koerier voor de tentoonstelling
 
1133c
 
afbeelding: voor de Gulden Roos samen met familie en het organisatiecomité, helemaal rechts burgemeester Michiels van Kessenich

1.1.8 De kultuurkamer (de voetnoten van deze paragraaf staan onderaan deze paragraaf)

In april 1941 werd door de Duitse bezetter het oude departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OKW) opgeheven. Een nieuw departement, Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK), werd opgericht en stond onder leiding van secretaris generaal Tobie Goedewaagen. [1]
De verwijdering tussen het volk en de kunstenaar moest door dat nieuwe departement worden opgeheven. In de nationaalsocialistische ideologie diende de kunstenaar zich geborgen te voelen in de volksgemeenschap. Hij moest het volk bezielen, zijn kunst kwam uit het volk voort.[2]
Met de oprichting van de Kultuurkamer (eind 1941), een zelfstandig onderdeel van het departement van DVK, kreeg de overheid een machtig middel in handen om de kunsten te controleren. [3]
De Kultuurkamer was opgebouwd uit een zestal [4] zgn. gilden. Per gilde werden een achttal regionale bureaus onderscheiden.
Alle kunstenaars moesten zich bij de Kultuurkamer aanmelden. Alleen aangemelde kunstenaars mochten hun beroep nog uitoefenen. Na het inleveren van het aanmeldingsformulier werd een controle uitgevoerd naar persoon en werk. Joden en kunstenaars die “ontaard kunst” maakten, werden geweigerd. Bij goedkeuring van de aanmelding werd die omgezet in een lidmaatschap. [5]
Charles Vos viel onder het gilde van bouwkunst, beeldende kunsten en kunstambacht (BBKG).
Wie zijn beroep wilde blijven uitoefenen, moest lid worden. Wie dat niet deed, hing een economisch en sociaal isolement boven het hoofd. Hij kon geen materialen kopen, mocht niet exposeren en werd uitgesloten van subsidies en opdrachten van en verkoop aan de overheid. Ook het risico van Arbeitseinsatz hing hen boven het hoofd. [6]
Monique Dickhaut onderzocht de aanmelding van Limburgse kunstenaasr bij de Kultuurkamer. [7]
Zij maakte gebruik van een drietal bronnen:
  1. de cartotheek van de Kultuurkamer [8]. De kunstenaar wiens fiche in de kaartenbak zit, heeft zich zonder meer aangemeld. Dickhaut liet 21 Limburgse kunstenaars nazoeken, waaronder Charles Vos. Van hem geen fiche in het archief voor.
  2. Een lijst met 798 aankopen van het DVK gedurende de oorlogsjaren. Het departement van DVK wilde na de oprichting van de Kultuurkamer (1 april 1942) alleen nog maar werk aankopen van ingeschreven kunstenaars. Op de lijst van het DVK zijn geen werken van Charles Vos te vinden.
  3. Beschrijvingen in de dagbladpers van de kunsttentoonstellingen die na 1 april in en buiten Nederland werden gehouden. Alleen kunstenaars die ingeschreven waren bij de Kultuurkamer mochten exposeren. In de door Dickhaut bestudeerde bronnen komt niet naar voren dat Charles Vos heeft deelgenomen aan tentoonstellingen.
De kunstenaars wiens fiche in de kaartenbak zit, heeft zich zonder meer aangemeld. De carthoteek van de Kultuurkamer is zeer incompleet. Door de combinatie van de drie bronnen ontstaat geen sluitend maar wel een vrij compleet beeld van de situatie. [9]
Op basis van bovenstaande bronnen mogen we aannemen dat Charles Vos zo goed als zeker, net als vele andere Limburgse kunstenaars,  zich niet heeft aangemeld bij de Kultuurkamer.
Welke factoren hebben een rol gespeeld waardoor zo weinig Limburgse kunstenaars zich niet hebben aangemeld. [10]
-          Het Bisdom Roermond heeft altijd een negatieve houding gehad ten opzichte van NSB-gerelateerde organisaties. Vele Limburgse kunstenaars, waaronder Charles Vos, waren huis uit katholiek;
-          Een Limburg, en zeker in Maastricht, was een rijk cultureel leven dat zich voor een groot gedeelte aan het zicht onttrok. Vermogende kunstliefhebbers ondersteunden de kunstenaars. Een voorbeeld is Jef Heydendael (tandarts op hoek Hertogsingel/ Calvariestraat te Maastricht). Hij had veel contacten in de kunstwereld en heeft onderduikers geherbergd. Charles Vos behoorde tot zijn kennissenkring en heeft ook in deze periode werk voor hem gemaakt.
-          Kerkbesturen bleven opdrachten vestrekken aan niet aangemelde kunstenaars.
Een aantal voorbeelden wordt toegelicht:
  • Het kerkbestuur van de Heilige Hart van Jezus bereidde het zilveren priesterfeest op 16 maart 1943 van pastoors Strijkers voor. Onder de parochianen werd een geldinzameling gehouden voor een cadeau. Pastoor wenste dit geld te besteden voor het vervaardigen van een kruisweg voor de kerk. Vos kreeg de opdracht. Op de feestdag werd het ontwerp voor deze kruisweg in jeugdhuis onthuld.
  • In opdracht van de H. Jozefkerk te Kerensheide maakte Vos een doopvont (1943), vier wijwaterbekkens (1943) en een beeld van Jozef met Kind (1944).
  • Voor de St. Petrus Bandenkerk in Heer maakt hij Christus altaarreliëf (1944), Maria altaarreliëf (1944) en een beeld van Jozef met Kind (1944).
  • Het kerkbestuur van de OLV van Goede Raadkerk te Beverwijk vestrekte een opdracht voor een Heilig Hartbeeld (1943) en een beeld van Jozef met Kind (1944).
  • In 1944 werd een Gerardus Majellabeeld van Charles Vos geplaatst in de kerk van Johan Evangelist te Elsendorp.
  • Vos ontwierp in opdracht van de Heilig Hart van Jezuskerk te Ophoven (Sittard) een Heilig Hartbeeld dat buiten naast de kerk geplaatst werd (1943)
Vos ontving dus ook opdrachten van buiten de provincie Limburg.
Naast deze factoren die vrijwel voor alle kunstenaars gelden, zijn in het geval van Charles nog een tweetal specifieke factoren:
-          Vos maakte relatief veel kleine kunstwerken voor particulieren en instellingen/bedrijven. Deze opdrachten konden vrij gemakkelijk aan het zicht onttrokken worden.
Voorbeelden van particulieren zijn o.a,: portretkop Paul Schoonbrood (ca 1943), Portretkop Nico van Selst (1944), Kinderkopje Ninette Bollen (1944), portretbuste Fonnie Ubachs (1944) Steigerend paard (1943) en Kinderkopje Peter Jordans (1944)
Voorbeelden van bedrijven/instellingen: Jozef (voor de meelfabriek in Roermond 1942). In opdracht van de Staalwerken aan de Maas werd in 1943 een Heilig Hartbeeld ontworpen waarvoor de afgietsels bestemd waren om cadeau te doen bij bijzondere gebeurtenissen. De Canisiusschool te Valkenburg schonk aan haar directeur in 1943 een beeld van Jozef met Kind
-          Vanaf 1926 was Vos als docent verbonden aan de Middelbare Kunstnijverheidsschool te Maastricht. Hij had dus naast zijn kunstenaarschap een vast inkomen uit het onderwijs.

[1] Wesselink Claartje, Kunstenaar van de Kultuurkamer, geschiedenis en herinnering, Amsterdam 2014, blz. 25
[2] Bornebroek, Arno, hoe de vrije kunsten uit Nederland verdwenen; in  Geaarde kunst, door de staat gekocht ’40 – ’45, Zwolle 2015, blz 18
[3] Bornebroek, Arno, hoe de vrije kunsten uit Nederland verdwenen; in  Geaarde kunst, door de staat gekocht ’40 – ’45, Zwolle 2015, blz 18
[4] Pers, Film, Theater en Dans, Muziek, Letteren, Beeldende kunsten
[5] Wesselink Claartje, Kunstenaar van de Kultuurkamer, geschiedenis en herinnering, Amsterdam 2014, blz. 60
[6] Dickhaut, Monique, Limburgse kunstenaars en de Kultuurkamer in De Maasgouw tijdschrift voor de Limburgse geschiedenis en archeologie, jaargang 135/2016/2 blz 47/48
[7]  Resultaten onderzoek gepubliceerd in: Dickhaut, Monique, Limburgse kunstenaars en de Kultuurkamer in De Maasgouw tijdschrift voor de Limburgse geschiedenis en archeologie, jaargang 135/2016/2 blz  47-54
[8] Bij het NIOD bewaard, Archief Nederlandse Kultuurkamer, inv. 178-200 Kartotheek van de leden van de Kultuurkamer)
[9] Dickhaut, Monique, Limburgse kunstenaars en de Kultuurkamer in De Maasgouw tijdschrift voor de Limburgse geschiedenis en archeologie, jaargang 135/2016/2 blz 48
[10] Dickhaut, Monique, Limburgse kunstenaars en de Kultuurkamer in De Maasgouw tijdschrift voor de Limburgse geschiedenis en archeologie, jaargang 135/2016/2 blz 52/53

1.1.8    Zijn dood

Dinsdagmorgen 16 februari 1954 werd Charles Vos getroffen door een beroerte. Hij is toen overgebracht naar het ziekenhuis St. Annadal. Het heeft er nog even naar uitgezien dat hij nog zou herstellen, maar op vrijdag 19 februari is hij in het ziekenhuis overleden.
Op maandag 22 februari heeft de plechtige uitvaartdienst plaatsgevonden in de OLV-basiliek.
De stoet werd geopend door leerlingen en leraren van de Middelbare Kunstnijverheidsschool. Als slippendragers fungeerden zijn vrienden Edmond Bellefroid, Han Jellinger, de heer Scheffers (directeur van de Middelbare kunstnijverheidsschool) en de heer Van Deursen (leraar tekenen).
Het bestuur van de Jan van Eyckacademie, vertegenwoordigers van de Limburgse Kunstkring en de Stichting Beeldende Kunsttentoonstelling waren aanwezig. In de stoet liepen ook mee: he heer F. Houben (Commissaris van de Koningin), de heer Verhaegh (Griffier der Staten), de heer Gijbels (locoburgemeester) en de heer Baeten (wethouder).
Het Limburgsch Dagblad vervolgt: "We zagen Charles Eyck, pater Jac. Schreurs, Hub.  Levigne,  Balendonck (bedoeld wordt Balandong), Albert Meertens, Jan Hul, maar ook de jongste en modernste generatie als Ad de Haas en de beeldhouwer Tummers uit Heerlen. Een lange stoet en met enige trots mogen we wel zeggen, een ware kunstenaarsbijeenkomst. Limburgs rijkdom stond rond de groeve geschaard."
Op het priesterkoor van de basiliek waar de parochiegeestelijken de plechtige Dienst opdroegen, had Mgr. J. Ingendael, deken der stad, plaats genomen, met de meeste pastoors van Maastricht en velen uit de provincie. Aan zij-altaren werden zielenmissen gelezen door de zeereerwaarde heer L. Linssen en rector dr. J. Boosten.
Na de mis liep de lange stoet naar de Algemene Begraafplaats aan de Tongerseweg.
Bij het graf heeft kapelaan de absolutie verricht en gebeden. De wethouder van Onderwijs mr. A. Baeten heeft een herdenkingswoord gesproken waarin hij het te vroeg heen gaan van deze geniale zoon van Maastricht betreurde. Hij noemde het echter gelukkig dat de stad van deze beeldhouwer thans verschillende mooie beelden binnen haar muren heeft. Maastricht mag fier zijn op deze kunstenaar, die een man van weinig woorden was maar een man van grote daden. Ook als docent was Charles Vos ondanks zijn karigheid in woorden groot en kon met enige aanwijzingen een belangrijke generatie helpen vormen. Hij besloot zijn rede met de woorden "Moge Charles Vos aan de Hemelpoort reeds begroet zijn door de zingende engel, door hem zo treffend uit hout gesneden in zijn prachtige kerstgroep van de St. Servaaskerk, waarin blijmoedigheid en Christelijkheid zozeer tezamen gaan. [32]
Op zijn graf is een ontwerp van Charles Vos "de treurende Madonna" geplaatst.
 

Vic Reinders (1866-1961) schreef na de dood van Charles Vos een in memoriam:

HIJ KEEK, HIJ ZAG. HIJ SCHIEP - EN UIT ZIJN HAND
SCHOOT IN DE STUGGE STOF HET TINTLEND LEVEN;
DIT WAS ZIJN VREUGD’: ‘T VORMLOZE VORM TE GEVEN,
HARMONISCH WERK VAN HART EN KLAAR VERSTAND.
AL STIERF ZIJN LIJF, ZIJN GEEST IS ONS GEBLEVEN,
EEN FELLE VLAM, DIE ‘T MANLIJK WERK DOORBRANDT,
EEN GEEST, VOL ERNST OF HUMOR, SPEELS VAN TRANT,
DOOR ARBEIDSDRIFT EN LEVENSDRANG GEDREVEN.
HIJ SCHIEP ZIJN DICHTERS, HEIL’GEN EN PRELATEN,
GAF ‘T ONGEZIENE BLIJVEND AANGEZICHT;
ZÓ SIERDE HIJ ZIJN STAD, ZIJN DIERBAAR TRICHT
AAN GEVEL EN BRUG, IN KERK OP PLEIN EN STRATEN
MET VORMSCHOON, WARM VAN ZUID’LIJK LIMBURGS LICHT
MET HEM HEEFT EEN DER BESTEN HAAR VERLATEN.

 

In een uitzending van de Regionale Omroep Zuid op 21 februari 1954 herdacht Willem Reuser Charles Vos.
"Naast de vakman staat de kunstenaar, méér nog, de mens Charles Vos, zoekend naar een vormgeving die aan de bezielde discipline gehoorzamen. Geen cultus van vormelijkheid en maffe schematiek, maar een levende plastische vorm. En zo zien wij hem nu in deze merkwaardige samenbundeling van artistieke persoonlijkheden die aan het begin van de herleving der religieuze beeldende kunst in Limburg. Wat Joep Nicolaas betekende voor de glazenierskunst, Charles Eyck voor de wandschildering, Henri Jonas voor de vrije schilderkunst, dat was Charles Vos voor de beeldhouwkunst in dit gewest."
 
Studiegenoot Ad. Welters typerde Vos in het tijdschrift "De Nedermaas" in 1933":
klein van gestalte, was een bescheiden, bijna verlegen mens
zijn kerkelijke kunst doet nergens geforceerd of wereldvreemd aan.
de religieuze emotie ging hem bij wijze van spreken even natuurlijk af als zijn humoristische gevatheid.
zijn geloofsbeleving vertoonde dan ook een blij karakter en was aller nauwst met zijn kunst verbonden, daarin geïntegreerd.
met de jaren heeft zijn religieuze kunst aan diepte gewonnen.
 
1134b
 
afbeelding: de uitvaartstoet
 
1134a~1
 
afbeelding: graf van Charles Vos
 
 
Charles Vos, staat te boek als de belangrijkste Limburgse beeldhouwer uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Zowel zijn oeuvre, omvangrijk en in esthetisch opzicht van hoog niveau, als zijn docentschappen, waarin hij aan zoveel jonge beeldhouwers richting heeft gewezen, rechtvaardigen deze erkenning van Vos' positie in de kunstenaarswereld.[33])

 

 
 
 1135 1136
afbeelding: doodsprentje voorzijde en middenpagina
 
1137
 
afbeelding: dodenmasker
 

1.1.9 Onthulling plaquette Charles Voscour[34]

Tijdens een buurtbezoek van het Maastrichts college van B&W aan het Boschstraat- en het Statenkwartier in 2005, sprak het buurtplatform Argus uit Charles Vos te willen herdenken met een plaquette op de naar hem genoemde cour. Het college besloot om deze wens te honoreren, eens te meer omdat een eerbetoon aan de zeer verdienstelijke beeldhouwer in Maastricht eigenlijk ontbreekt.
De plaquette van beeldend kunstenaar en grafisch vormgever Jos Keulen, gefinancierd door de gemeente, is aan de hand van foto's van Etienne van Sloun ontworpen. De plaquette die bestaat uit een portret van Charles Vos en een weergave van zijn belangrijkste beelden. De toenmalig irecteur van museum het Spaans Gouvernement, Monique Dickhaut heeft de plaquette voorzien van tekst.
De Charles Vos Cour is genoemd naar de Maastrichtse beeldhouwer Charles Vos,
voor zijn vrienden 't Vöske. Hij volgde zijn studies aan de academies voor
beeldende kunsten in Antwerpen en Amsterdam. De laatste studie sloot hij in
1917 af met het winnen van de prestigieuze Prix de Rome.
Begin jaren twintig vestigde hij zich definitief als beeldhouwer in Maastricht. Het
oeuvre van Charles Vos is veelzijdig. Hij is vooral bekend door beeldende kunst
die onlosmakelijk verbonden is met de architectuur. Voorbeelden daarvan zijn de
leeuwen bij het stationsgebouw en de verschillende beelden aan de gevels van het
voormalige gouvernementsgebouw aan de Bouillonstraat en de Lenculenstraat
in Maastricht. Ook maakte hij veel vrijstaande beelden in brons, steen en
(geglazuurd) aardewerk. Tevens was hij ontwerper en had hij een eigen atelier bij
het Maastrichtse bedrijf de Sphinx. Charles Vos was docent aan de Middel-
bare Kunstnijverheidsschool (nu Academie Beeldende Kunsten Maastricht) en
professor aan de Jan van Eyck Academie.
Op tal van markante plekken in Nederland zijn werken van Charles Vos geplaatst.
Bekende beelden in Maastricht zijn ondermeer: 't Mooswief (Markt), Henric van
Veldeke (Henric van Veldekeplein), Sint Amor (Sint Amorsplein) en de beelden
van Sint Servaas (Sint Servaasbrug en Keizer Karelplein).

 

Daags voor de onthulling werd er onder toeziend oog van buurtbewoonster Charles Voscour en mede-iniatiefneemster Noortje Backerra door Peter Pluijmen ambtenaar afdeling Cultuur en kunstenaar Jos Keulen in de brandende zon flink gewerkt om het kunstwerk echt waterpas en zonder enige beschadigingen aan de muur op te hangen. Het is ze gelukt.
De onthulling was een groot succes. Op een stralende en beetje winderige zondagmiddag (17 september 2006) reden in een statige Bugattie, beschikbaar gesteld door de bekende fotograaf Jean Prick, de familie Vos de Charles Voscour in om daarna tezamen met de wethouder van cultuur Jean Jacobs de plaquette over te dragen aan de bewoners van de Charles Voscour. Het werd een pure 'mestreechse' aangelegenheid. Rommedoe, huidsvleisj, Maastrichts roggebroed, sjroep en het mestreechs volleksleed maakte het helemaal af . Het moet gezegd worden de plaquette is prachtig en een echte aanwinst voor de buurt.
 
in12b
 

 

in12a

 afbeelding: Charles Voscour


 

[1]PaulussenCharles Vos 1888-1954, tentoonstelling 13-11-1994 tot en met 29-01-1995, Gemeentemuseum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, Weert 1994
[1a] Limburgs Dagblad 20 februari 1954
 
[2] In de bijlage is een gedeeltelijke stamboom van de familie Vos opgenomen. De gegevens zijn afkomstig uit het digitale register van RHCL en www.graftombe.nl. De gegevens van na 1900 zijn veelal digitaal nog niet te raadplegen.
[3] De vader van Charles Vos trouwde na de dood van zijn vrouw Marie Virginie op 7 januari 1901 met Maria Josephina Jacoba Renkin (17 december 1845 - 18 maart 1931). Zij is ook bijgezet in het graf van Jacques, Marie Virginie en hun zoon Johannes Ignatius.
[3a 0] 

Schiphorst, Lidwien; De kunstwerkplaatsen van architect Cuypers - Thoben, Peter; Beeldhouwers in Roermond. Boek verschenen bij Stedelijk Museum Roermond 1995

Schiphorst: korte geschiedenis van de werkplaats blz. 17 t/m 13; Thoben: Charles Vos blz. 43
[3a] De tekst over de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten is gebaseerd op: Teeuwisse Jan, Leven en werk van beeldhouwer-tekenaar Jaap Kaas, Utrecht 1987 blz. 24-25-28
[3b] De Tijd 18 oktober 1917
[3c] Algemeen Handelsblad 20 april 1918
[4]Balendong, Johannes Marie Mathijs (Jan), geboren te Maastricht 17 juli 1889. Tussen 1906 en 1936 verbleef hij te Roermond waarna hij terugkeerde naar Maastricht. Hij stierf te Maastricht op 21 april 1965. Hij heeft als docent beeldhouwen gewerkt van 1 september 1948 tot 1 september 1954 aan de Middelbare Kunstnijverheidsschool te Maastricht.
[5]Weltens, Maastrichts aardewerk, constructieve decors uit het interbellum, Zwolle 2006, blz. 45-48-50 t/m 52
[6]Weltens, Maastrichts aardewerk, constructieve decors uit het interbellum, Zwolle 2006, blz. 54
[7]Ubachs, P.J.H., en I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht. Zutphen, 2005 blz. 507
[8]Ubachs, P.J.H., en I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht. Zutphen, 2005 blz. 297
[9] Wouters, 40 jaar Kunst en Kunstnijverheidsonderwijs in Maastricht; * vakken waarin die Vos les gaf.
[10] Limburger Koerier, 4 februari 1937
[11]Mestreech online
[12] Van Roon, Marieke Goud, zilver en zijde, Katholiek textiel in Nederland 1830-1965 (proefschrift juni 2010), blz 207 htts://openaccess.leidenuni.nl
[13]Welters, Ad; de tentoonstelling "Petra" te Maastricht (mei 1928) in het Gildeboek 11, 1928 blz 113-121 (st. Bernulphusgilde)
[14] Noten, "Jaodiechhöbsusaon 't hart gelege", het leven van Fons Olterdissen, Maastricht 1996, blz. 82
[15] Hij was de grote strateeg achter de missiepausen Benedictus XV, en vooral Pius XI. Door hem geïnspireerd verschenen de beroemde missie-encyclieken Maximum Illud (30-11-1919) en Rerum Ecclesiae (28-2-1926), die het missiewerk enorm hebben gestimuleerd en getransformeerd. (bron www.historici.nl)
[16] Limburger Koerier, 8 augustus 1936
[17] Limburger Koerier, 10 augustus 1936
[18] J.T., de missieweek te Maastricht, Limburger Koerier 8 augustus 1936
[19]Charles Thewissen, De Maastrichtse missieweek, Limburger Koerier 4 juli 1936
[20] J.T., Missie-optocht, Limburger Koerier 20 juli 1936
[21] MISSIE-WEEK Tentoonstelling in de Dominikanerkerk te Maastricht in de Tijd van 25 juli 1936.
[22] Kunst en letteren. Charles Vos. Een St. Servatius van zijn hand in De Nieuwe Koerier van 28 augustus 1930.
[22a] T., beeldhouwer Charles Vos wordt zestig jaar; Limburgs Dagblad 8 september 1948
[23] Heiligdomsvaart en Mariafeesten 10 -25 juli 1937
[24] Limburger Koerier 27-04-1937 en 9-7-1937
[25] Heiligdomsvaart en Mariafeesten 10 -25 juli 1937, blz. 73-77
[26]Dickhaut, Jos Postmes, kunstenaar en promotor van het kunstonderwijs in Maastricht, vierkant maastricht 25, Maastricht 1997.
[27] Henri Jonas zestig jaar, Eere-Tentoonstelling te Maasticht in De Nieuwe Koerier van 7 mei 1938
[27a]Schillings, Toneel en theater in Limburg in de 19e en 20e eeuw, Assen 1976, blz. 168
[27b] In deze periode verschenen zeer veel krantenartikelen over het wagenspel zowel in de Limburger Koerier als het Limburgsch Dagblad.
[27c] Limburger Koerier 15 november 1939, De Tijd 16 november 1939, Limburgsch Dagblad 17 november 1939
[27d] De Tijd 21 april 1940
[28] Algemeen Handelsblad 6 mei 1938
[29]Charles Vos 50 jaar, huldiging van de beeldhouwer, Limburger Koerier 1 augustus 1938
[30]Charles Vos, 50 jaar, Het Vaderland, staats- en letterkundig nieuwsblad, 7 september 1938
[31]EeretentoonstellingCharles Vos, Het Vaderland, staats- en letterkundig nieuwsblad, 21 september 1938
[31a] Limburger Koerier 12 september 1938
[31b] Limburgs Dagblad 20 februari 1954
[31c] Limburger Koerier 27 september 1938
[32]Limburgsch Dagblad 23 februari 1954 enMaasbode 20 februari 1954
[33] Hoogstwaarschijnlijk door Jan Balendong gemaakt op verzoek van de familie Vos na het overlijden van Charles Vos op 10 februari.
Gips, zwart gepatineerd; hoogte 26cm, breedte 18 cm en diepte 19cm. Collectie Backerra, Maastricht en collectie Piets.
(ontleend aan brief van I. Paulussen (18 september 2006) gericht aan mevrouw N. Backerra)
[34] www.maastricht.nl, 2007 en Dagblad de Limburger, 18 september 2006
 
*2 Paulussen, Charles Vos, beeldhouwer te Maastricht, Maastricht 2002 (CD-rom)
 
Read 8716 times Last modified on vrijdag, 26 augustus 2016 11:10