www.charlesvos.nl

donderdag, 05 september 2013 10:47

KRUISWEGEN INLEIDING

Kruiswegstaties inleiding [1]

De Kruisweg (Via Crucis of Via Dolorosa in het Latijn) is een onderdeel van de totale traditie van het Christelijke Paasfeest. Het is een nabootsing van de lijdensweg van Christus vanaf het gerechtsgebouw (het paleis van de Romeinse procurator Pontius Pilatus) tot op de heuvel Golgotha, de plaats van zijn terechtstelling.
Het woord statie is afgeleid van het Latijnse woord statio, dat het staan of stilstaan betekent.
In de Rooms-Katholieke traditie is het sinds de vijftiende eeuw ook een godsdienstoefening, die onder andere op Goede Vrijdag plaatsvindt. Tijdens de Kruisweg gaan de gelovigen biddend en herdenkend langs veertien zogenaamde kruiswegstaties. Een kruiswegstatie is een schilderij of reliëf dat een scène uit de lijdensweg van Jezus en zijn stervensproces uitbeeldt. De godsdienstoefening wordt door auteurs aan verschillende bronnen toegeschreven. Zo zou de kruiswegoefening teruggaan op de H. Maagd Maria die in Jeruzalem de plaatsen van de Via Dolorosa bezocht. Algemeen wordt echter vooral de werkzaamheid van de H. Franciscus van Assisi verantwoordelijk geacht voor de verspreiding van de gebeden Kruisweg.
 
 
1 Jezus wordt ter dood veroordeeld
2 Jezus neemt het kruis op zijn schouders
3 Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis
4 Jezus ontmoet zijn Heilige Moeder
5 Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen
6 Veronica droogt het aangezicht van Jezus af
7 Jezus valt voor de tweede maal
8 Jezus troost de wenende vrouwen
9 Jezus valt voor de derde maal
10 Jezus wordt van zijn kleding beroofd
11 Jezus wordt aan het kruis genageld
12 Jezus sterft aan het kruis
13 Jezus wordt van het kruis afgenomen
14 Jezus wordt in het graf gelegd
 
 
Op een aantal plaatsen is er later nog een statie aan toegevoegd, de zogenaamde paasstatie, die uitbeeldt hoe Jezus Christus verrijst uit de doden, nadat Hij door het kruisoffer de mensen verlost heeft.
In 1741 werd de kruisweg verplicht in alle Rooms-katholieke kerken.
 
Toelichting bij de veertien staties:[2]
De Romeinse stadhouder Pontius Pilatus veroordeelt Jezus ter dood omdat hij zich zou uitgeven voor 'Koning der Joden'. Volgens de evangelies hadden joodse priesters sterk aangedrongen op die veroordeling. In de bijbel geeft Pilatus aan zich daarom niet verantwoordelijk te voelen: hij waste zijn handen, 'in onschuld'. (1)
Volgens de evangelies werd Jezus na zijn veroordeling eerst gegeseld, alvorens hij de doornenkroon op kreeg en bespot werd. Vervolgens lag buiten het kruis op hem te wachten. (2)
Verzwakt door het bloedverlies ten gevolge van de geseling en de doornenkroon, valt Jezus. (3)
Jezus ontmoet zijn Moeder. (4)
Simon van Cyrene was een toevallige passant, komende van zijn akker, die opgedragen werd het kruis van Jezus over te nemen. Wellicht vreesden de Romeinen dat Jezus anders niet tot aan Golgotha zou komen. (5)
De overlevering wil dat in de doek waarmee ene Veronica Jezus verfriste, een afdruk van zijn gezicht achterbleef. In de bijbel komt de naam Veronica niet voor. Meestal wordt Lukas 23:27 genoemd als bron voor de legende, omdat daar sprake is van een grote menigte van volk en van vrouwen, die ook weenden en Hem beklaagden. De naam Veronica is afgeleid van de Latijnse woorden vera icon: ware afbeelding. (6)
Jezus valt voor de tweede keer. In de bijbel staat niets over vallen, bezwijken of struikelen. Het valt niet uit te sluiten dat dit bedacht is om de zwaarte van de relatief korte tocht te onderstrepen. Het zou de enorme last illustreren van de zonden van alle mensen, die Jezus immers op zich had genomen. (7)
Lukas 23:28-31: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uw kinderen. [..]. Dit wordt wel gezien als een aankondiging van de verwoesting van de tempel (in 70 n.C.); met andere woorden "treur niet nu, straks wordt het pas ernst".  De achtste statie geeft de wenende vrouwen weer. (8)
Jezus valt voor de derde keer en staat weer op. Ondanks zijn goddelijke aard is Jezus vastbesloten te sterven als een mens. (9)
Johannes 19:23-24: De krijgsknechten dan [..] namen zijn klederen. Een deel ervan verloten ze onder elkaar. (10)
Jezus wordt aan het kruis genageld. (11)
Bovenop het kruis werd een bordje met de letters I N R I bevestigd: Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum, Latijn voor Jezus van Nazareth, Koning der Joden. Vlak voor hij sterft, spreekt hij: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen (Lukas 23:34). (12)
Kruisiging was in die tijd geen ongewone straf. Meestal lieten de Romeinen de gestorvenen hangen, ten prooi aan aaseters. Een zekere Jozef van Arimathea krijgt van Pilatus toestemming om het lichaam te begraven. Deze Jozef was volgens Johannes in het geheim een volgeling van Jezus, Johannes 19:38: [..] die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden [..]. (13)
Hij wikkelt het lichaam in doeken, en legt het in een uit de rotsen gehouwen graf. Johannes schrijft dat hij daarbij geholpen werd door Nicodemus. Het graf had Jozef voor zichzelf laten maken. Ook over deze Jozef ontstonden buiten de bijbel legendes: hij zou bloed van Christus in een kelk hebben opgevangen, de zgn. Heilige Graal. Later zou hij met die graal naar Engeland zijn vertrokken. (14)
 
 

[1] Wikipedia 2008, kruiswegstaties
[2] www.statenvertaling.net (april 2008)
Read 2423 times Last modified on zondag, 12 augustus 2018 05:18
More in this category: « Kruiswegstaties Maastricht »