www.charlesvos.nl

vrijdag, 31 mei 2013 00:00

Gedenkplaat voor de oorlogsslachtoffers (Rolduc)

GEDENKPLAAT VOOR OORLOGSSLACHTOFFERS (ROLDUC)
Adres: Rolduc, Kerkrade
Gedenkplaat voor de oorlogsslachtoffers, een marmeren plaat met in brons de namen en de decoraties.[1]
Op 3 september 1951 vonden een tweetal plechtigheden in Rolduc plaats waarbij nieuwe klokken, die er kwamen voor de in de oorlog verloren gegane klokken, ingezegend werden en vond de onthulling van een gedenkplaat voor oorlogsslachtoffers plaats.
Aansluitend aan deze klokkeninzegening vond in een der abdijgangen de andere plechtigheid plaats. Namelijk de onthulling van een gedenkplaat ter nagedachtenis van de door Rolduc betreurde oorlogsslachtoffers. Deze gedenkplaat van de hand van Charles Vos werd door de voorzitter van het monumentencomité, dr. Win. Roukens, lector aan de R.K. Universiteit van Nijmegen, met een kort woord overgedragen aan de leiding van Rolduc.
President Vandermühler aanvaardde namens de Rolducse gemeenschap dit "heerlijk en kostbaar bezit met grote piëteit en hoogachting".
De toespraak van dr. Win. Roukens werd gepubliceerd in het jaarboek 1952 van Rolduc. Hieronder enige fragmenten uit zijn toespraak:
"Gegaan ben ik door de witte zonnige gangen rond het bloeiend Carré! De blanke stilte vertelde mij, zoals altijd, van onbezorgde blije jeugd die hier rondwandelde, levendig uitpratend de in hen zingende idealen van..... later.
Gestaan heb ik voor de grijsmarmeren plaat aan de witte wand:
"Religioni et Regi"
Gestaard heb ik op de bronzen letters en gelezen namen van diezelfde jongens, waarachter een jaartal van ...... later ......
Met eerbied en huivering las ik die namen één voor één; en achter alle klonken in mij telkens weer de veelbetekenende en toch raadselachtige woorden: strijd! dood! held!...
Welke strijd? welke dood? welke heldhaftigheid?......" 
"Ik zag mannen gesneuveld in Nederland en Indonesië, martelaren doodgehongerd en doodgepijnigd in Nederlandse en Duitse concentratiekampen; gefusilleerde en, misschien de jammerlijken van allen, vermisten.
Van mannen van boven de zestig las ik en van jongemannen die de twintig nauwelijks waren gepasseerd! Van onverschrokken en onverzettelijke helden op het veld van eer, vóór het vuurpeleton, in vertrekken van folterend verhoor, in besmette barakken en in folterkamers; van helden van de daad, van het woord, van de passie en van het rots­starre, sterke, beierend ...... zwijgen.
Ik keek in het strijdbare, harde gelaat van de onverschrokken officier, gereed tot aanval en afslaan en óók in de zachte, schuchtere ogen van de jonge priester, die door zijn niet verwachte heroieke soldatengeest van de stille held des geloofs, voor de gillende Über­mensch en de bloeddorstige beul een prikkelende uitdaging moet zijn geweest."
Op de plaat staan de 48 namen vermeld van hen die in de jaren 1940-1950 hun leven lieten in de strijd, door het oorlogsgeweld omkwamen of gestorven zijn in gevangenschap.
De marmeren plaat kent een tweedeling. Bovenaan beide kolommen staat een kruis. Tussen deze kruizen is de afbeelding te vinden.
De tekst:

                  ) TOT EER (                                               ) VAN GOD (

            TER HERINNERING                                          AAN HEN DIE ONS

            ONTVIELEN IN DE                                           STRIJD DER JAREN

              1940  -  1945                                                 1949  -  1950

Vervolgens zijn de overledenen in drie groepen in een tweetal kolommen ondergebracht:
Gevallen en gefusileerd:
16 namen en jaren dat zij verbonden waren aan Rolduc
Gestorven in gevangenschap:
30 namen en jaren dat zij verbonden waren aan Rolduc
Omgekomen door oorlogsgeweld
2 namen en jaren dat zij verbonden waren aan Rolduc
Onderaan de tekst:
                        RELIGIONI                                                ET REGI

Het tafereel centraal bovenaan is van de hand van Charles Vos en geeft een drietal personen weer. Zij stralen wanhoop uit.
Op een plaat staat centraal een priester en profile, die zijn armen ten hemel heeft geheven, met zijn hoofd enigszins naar rechts gebogen. Naast hem, rechts, zit geknield, in een onnatuurlijke houding, een biddend persoon met gevouwen handen voor zich die opkijkt naar de priester. Aan de andere zijde een staande, door zijn knieën gezakte persoon, eveneens in een onnatuurlijke houding met zijn over elkaar gekruiste armen op zijn borst, zijn hoofd liggend op zijn rechterschouder. Door de krampachtige houding van de personen geeft Vos de wanhoop weer die leeft na het verlies van zoveel personen door het oorlogsgeweld.

 

3230a

 

3230b

3230c 3230d

 
de onthulling van de plaquette                                                                                                                                                    de toespraak bij de onthulling
 
 

[1] Limburgs Dagblad 31 augustus 1951; Limburgs Dagblad 4 september 1951; De Tijd 4 september 1951

 
 
Read 2174 times Last modified on vrijdag, 19 april 2019 15:00