www.charlesvos.nl

dinsdag, 19 Mei 2015 00:00

Plaquette omgekomen studenten van de Hogeschool Tilburg tijdens de Tweede Wereldoorlog (Tilburg)

Plaquette omgekomen studenten van de Hogeschool Tilburg tijdens  de Tweede Wereldoorlog
Adres: aula Cobbenhagen Centre i.o. op de campus van University Tilburg,Warandelaan 2 5037 AB Tilburg.
De studenten van de Hogeschool Tilburg (nu Tilburg University) wilde in het gebouw een gedenkteken laten aanbrengen voor hun gesneuvelde medestudent Henk Koehorst, die tijdens de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog het leven op de Grebbeberg verloor. Het gedenkteken zal worden uitgevoerd naar een ontwerp van Charles Vos. [1]
Het zou tot 1946 duren alvorens het gedenkplaat er zou komen. Dit monument, Pro Hæreditate Patrum voor Henk Koehorst met aan weerszijden van de plaat de namen ingegrift van hen die hun levensoffer voor het vaderland brachten, werd op 2 juli 1946 door professor Cobbenhagen onthuld.
De panelen hingen oorspronkelijk in de Aula van het oude gebouw van de (destijds) Hogeschool aan de Tivolilaan, kregen na de verhuizing een plaats nabij de Portrettenzaal in het huidige Cobbenhagen Gebouw op de campus van Tilburg University en zijn toen bij een verbouwing verwijderd. Na de afronding daarvan, zo'n twee jaar geleden, waren ze nog niet teruggeplaatst maar dat lag wel steeds in de bedoeling. Op 11 mei 2015 werden de gedenkplaten plechtig onthuld. De bijeenkomst werd bijgewoond door diverse nabestaanden. [2]
De houten plaquette, niet gesigneerd en niet gedateerd [1946] bestaat uit een drietal delen.
Op het linkergedeelte (voor de toeschouwer) en het rechtergedeelte de namen van negen gesneuvelde studenten, centraal de plaquette voor Henk Koehorst.
Linkse plaquette:
Boven is een banderole met de tekst "DEN VADERLANT GHETROUWE".
Onderaan centraal het Nederlandse wapenschild: een getongde, genagelde rechtopstaande leeuw met in zijn rechtervoorklauw een zwaard en in de linkervoorklauw een bundel van zeven pijlen. Ter dekking van het schild is de Koninklijke kroon.
Aan de linkerzijde van onder naar boven: palmtakken (symbool van de overwinning op de dood).
Aan rechterzijde van onder naar boven: eikenblaadjes (symbool van onsterfelijkheid en eeuwig leven)
In het midden negen namen van gesneuvelde studenten.
Frits Coerwinkel         †21 nov. '43               
Charles Nijst               †18 jan. '44                
Piet Haanebrink          †14 aug. '44               
Hans Schoon              † 6 oct. '44                 
Geert Peters                †15 oct. '44                            
Adriaan Brekelmans   † 4 dec. '44                
Nico van Kerkoere     † 9 jan. '45                 
Frans van Gulick        †   febr. '45                            
Jan Heynen                 †20 febr. '45              
Rechtse plaquette:     
Boven is een banderole met de tekst "BLYF TOT IN DEN DOOD".
Aan de linkerzijde van onder naar boven: eikenblaadjes (symbool van onsterfelijkheid en eeuwig leven)
Aan rechterzijde van onder naar boven: palmtakken (symbool van de overwinning op de dood).
Onderaan is een banderole aangebracht met de tekst Justitiam ad Pacem [3]. Centraal boven de banderole een schild dat ook de middelste plaquette aan de linkerzijde voorkomt.
In het midden negen namen van gesneuvelde studenten.
Hans Mooren              †20 febr. '45
Jacques Ruygers         †20 febr. '45
Wim van Kempen      †     mrt. '45
Frans van Spaendonck† 4 mrt. '45
Gerard van de Ven     †  8 apr. '45
Theo Vogels               †  2 mei '45
Guus Born                  †12 febr. '46
Rene Norenburg         †    mrt. '46
Nico Wolf                  †    dec. '42
Centrale plaquette:
Tussen bloemversiering aan de buitenzijden is de Heilige Joris, frontaal ten voeten uit staande, afgebeeld. Zijn rechterarm heeft hij ten hemel geheven, met de staf in zijn linkerhand vermorzeld hij de aan zijn voeten liggende draak. Deze scene staat symbool voor de overwinning van het goede op het kwade.
In het midden de tekst
PRO
HæREDIDATE PATRUM
HENK KOEHORST
14 MEI 1940
Onderaan staan een drietal schilden naast elkaar, gescheiden door een stang waarlangs omhoog twee slangen kronkelen. Op het linkerschild staat een schip met een tweeal zeilen met in de mast een vlag. Op het middenschild staat een schip met een mast en een vlag ten top, bovenaan een stralende zon.  De zeilboot, teken van de handel, werd als symbolische verwijzing als insigne van het Tilbugsch Studenten Corps Sint Olof gekozen.[4] Op het rechterschild staat in verticale richting de tekst TAEK.De afgestudeerden van de Katholieke Economische Hogeschool werden samengebracht in de Tilburgse Academische Economische Kring (TAEK). [5]

De omgekomen studenten:
Het studiejaar 1942-1943 werd gekenmerkt door een toenemende dreiging van Arbeidseinsatz (verplichte tewerkstelling in Duitsland dwingend opgelegd door de bezetter). Op 8 december 1942 eiste Seyss-Inquart dat zes- tot achtduizend studenten op transport moesten naar Duitsland. Die boodschap werd niet misverstaan: In heel Nederland vertoonden docenten en studenten zich niet langer op de universiteit. De kerstvakantie werd vervroegd. Deze ontwikkelingen noopten de Duitsers tot het, zoals later zou blijken, tijdelijk terugschroeven van hun dwangeis. Na de vakantie keerden de studenten weer naar Tilburg terug. De achterdocht was nog niet helemaal verdwenen, want weinigen durfden de gang naar de studiebanken te maken. Niet zonder reden zoals op 6 februari bleek. Zeshonderd studenten uit Amsterdam, Delft , Utrecht en Wageningen werden die dag in de collegezalen opgepakt en belandden in het concentratiekamp te Vught.
De "loyaliteitsverklaring" die de Duitsers van de docenten en studenten eiste, werd nauwelijks ondertekend waardoor de Tilburgse Hogeschool tot het einde van de oorlog werd gesloten.
De studenten kregen het advies onder te duiken. Uiteindelijk meldden zich 140 van de 400 Tilburgse studenten voor dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie.
Deze zogenaamde "Ommengangers" kwamen terecht in weinig benijdenswaardige omstandigheden, opeengepakt in vuile barakken, werkend voor de vijand en in voortdurende angst verkerend als boven hun hoofden de bombardementen losbarstten, die de Duitse industrie lam moest leggen.
Een van hen was Frits Coerwinkel, met vele anderen op 6 mei 1943 vertrokken uit Tilburg om tenslotte tewerkgesteld te worden in de fabrieken rondom Berlijn. Toen op 21 november een eskader bommenwerpers de stad bestookte, sloegen enkele voltreffers in nabij het barakkenkamp. Bij het puinruimen ontdekte men onder de vele slachtoffers het lichaam van Frits Coerwinkel. De luchtaanval had hem het leven gekost.
Andere Tilburgse studenten overleden als gevolg van uitputting, ontbering en slechte hygiënische omstandigheden. Hans Mooren en Adriaan Brekelmans stierven beiden door ziekte; de eerste op 2 februari 1945, de tweede op 4 december 1944.
Er waren echter ook studenten die zich aansloten bij het ondergronds verzet.
Jacq. RuygersFrans van Spaendonck en Wim van Kempen waren actieve leden van het ondergrondse blad "Christofoor". alle drie werden ze gearresteerd. Van Spaendonck overleed op 4 maart 1945 te Buchenwald. Van Kempen werd op 12 augustus 1944 opgepakt en naar de strafgevangenis in Arnhem getransporteerd. Drie weken bracht hij daar door in een cel samen met Jac. Ruygers. Op 4 september werden zij naar Vught gevoerd en vervolgens naar kamp Sachsenhausen bij Oraniënburg. In maart 1945 werd Wim van Kempen door een mede-gevangene voor het laatst gezien. Daarna belandde hij in Bergen-Belsen. Hij overleed er omstreeks 25 maart. Ook Jacques Reygers vond zijn einde in Bergen-Belsen begin 1945.
Een andere student Gérard van de Ven vluchtte uit Tilburg via België naar Zuid-Frankrijk. Daar werd hij ongelukkiger wijze gearresteerd. Na een maand gevangenschap in Toulouse en een verblijf van enige weken in het concentratiekamp van Compiègne werd hij op transport gesteld naar Buchenwald. Vandaar ging hij naar kamp Dora in het Harz-gebergte. Toen bij het naderen van de geallieerde legers het kamp in allerijl ontruimd moest worden, verzette Van de Ven zich tegen zijn SS-bewakers. Twee schoten benamen hem het leven. Het was acht april 1945.
Een van de reeds afgestudeerde Tilburgse studenten, Jan Heynen, kwam na zijn doctoraal als ambtenaar in Den Haag terecht. Onder de bescherming die zijn functie hem bood, leverde hij een grote bijdrage aan het verzet. Hij regelde radio-uitzendingen, fotokopiering, het terugbrengen van geallieerde piloten naar Engeland en onderduikwerk. In juni 1942 ontsnapte hij op het nippertje aan arrestatie. Een valse oproep voor een bijeenkomst in Den Haag bracht velen van zijn medewerkers in handen van de Gestapo. Door een toeval was hij die dag verhinderd, hetgeen zijn overtuiging staafde dat hij "wel tien engelbewaarders" had.
Tien bleken echter te weinig: hij was een te belangrijke schakel in het verzet. De Gestapo zette een felle jacht op hem in. Twee weken na zij toevallige ontkoming sloeg het noodlot toe. In bezit van bezwarend materiaal werd hij opgepakt en in september 1944 samen met Jacq. Ruygers naar Duitsland gedeporteerd. Omstreeks 20 februari overleed hij in Neuengamme.
De Tilburger René Norenburg in de illegaliteit bekend als "Bart" begon zijn ondergrondse werk met het verschaffen van valse persoonsbewijzen en distributiebonnen aan onderduikers. Samen met zijn medeverzetsstrijders pleegde hij de overval op het gemeentehuis te Haaren, waar hij het bevolkingsregister verduisterde. Op 23 februari kreeg hij zijn volgende opdracht. Het zou zijn laatste worden. Met een vrachtwagen gevuld met munitie, die verborgen was onder stapels brandhout, reed hij naar Den Bosch. De volgende dag wachtten zijn contactpersonen uit het verzet op zijn terugkeer. Noch Norenburg, noch de vrachtauto keerden op de afgesproken plaats terug. Na twee dagen vernam men dat Norenburg op het station van Den Bosch was gearresteerd. Vandaar uit werd hij naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Optimistisch gestemd, omdat hij wist dat de Duitsers weinig bewijzen tegen hem konden inbrengen, schreef hij naar huis dat hij spoedig vrij zou komen. Het zou echter anders lopen. Door het verraad van een SS-er kwam Norenburg in een bunker te Vught terecht. Op 6 september, na de landing in Normandië, werd hij getransporteerd naar Sachsenhausen bij Oraniënburg. Tenslotte werd hij tewerkgesteld als dwangarbeider in de fabrieken van Heinkel en Siemens. Zijn laatste wintermaanden putten hem zodanig uit, dat hij ernstig lichamelijk verzwakt terugkeerde naar Sachsenhausen. Mondelinge mededelingen maakten duidelijk, dat hij in de laatste dagen van het Duitse Rijk nog naar Bergen-Belsen werd vervoerd. Pas in januari 1950 kon het Nederlandse Rode Kruis vaststellen dat hij tussen 5 april en 31 mei was overleden.
Nico van Kerkoerle,Theo Vogels, Charles Nijst en vele andere Tilburgse studenten verruilden hun zorgeloze studentikoze bestaan voor een riskante rol in het verzet; een rol die eindigde tegen het macabere decor van de Duitse vernietigingskampen. [6]
Piet Haanebrink werkte voor het verzet. Toen de bevrijders oprukten naar Parijs werd hij geveld door een ziektebacil die zich naar zijn hersenen vrat en na opname in het ziekenhuis in Eindhoven stierf hij binnen een week. [7]
Hans Schoon ging bij naderende bevrijding van Nijmegen gevraagd als tolk bij de 82e Amerikaanse luchtlandingsdivisie. Op 6 oktober 1944 bevond hij zich in de Betuwe en werd omringd door Duitsers en is waarschijnlijk door een salvo om het leven gekomen. Pas later heeft men hem in een graf terug gevonden. [8]
Geert Peters werd naar Duitsland gevoerd, maar kon vrij snel terugkeren Hij stelde zich ten doel zijn vrienden in Duitsland te bevrijden. In de slag om de brug bij Venlo is hij in een schuilkelder, die instortte, overleden. [9]
Guus Born was ook lid van de studentenvereniging Olof. Hij kwam in Indië toen hij met de Engelsen mee vocht.
Maria van den Bergh (overleden 2010) was hoofd van de uitgifte van voedselbonnen bij de gemeente Oss. Samen met haar verloofde Frans van Gulick was zij ook actief in het verzet. Gulick werd samen met de gemeentesecretaris Gerard Konig vlak voor de bevrijding door de Duitsers opgepakt. Hij stierf kort erna in het concentratiekamp Bergen Belsen. [10]
Nico Wolf was een joodse student uit Veghel. Waarschijnlijk is hij door de Duitsers op transport gesteld en is ergens in Midden Europa overleden.
Henk Koehorst was student en werd onder de wapenen geroepen. Bij het uitbreken van de oorlog vocht op de Grebbenberg, waarbij hij in de strijd om het leven kwam. [11]

3234a1 

3234b

3234c 3234d

 foto's D.Spierings 

3234e

de onthulling: foto dr.Jan Jans

3234f 

de onthulling: foto dr. Jan Jans

[1] Nieuwe Tilburgsche Courant 21 mei 1941
[2] Bronnen:
Email B. Hermkens 12 mei 2015
Brabant Dagblad 11 mei 2015 (digitale versie)
Pennartz Peter, Tilburgse studenten in oorlogstijd, Tilburgs Hogeschoolblad jg. 19, nr. 29, 30 april 1982
Tilburg University, persmap "Vrijheid doorgeven", Tilburg 2015
In Memoriam Fratrum (speciaal herdenkingsnummer tijdschrift Viking van Studentenvereniging Olof)
[3] naar Vrede door Gerechtigheid, http://nl.wikipedia.org/wiki/T.S.C._Sint_Olof
[4] http://www.thuisinbrabant.nl/personen/c/cobbenhage,-jos
[5] http://www.thuisinbrabant.nl/personen/c/cobbenhage,-jos
[6] Pennartz Peter, Tilburgse studenten in oorlogstijd, Tilburgs Hogeschoolblad jg. 19, nr. 29, 30 april 1982
[7] In Memoriam Fratrum (speciaal herdenkingsnummer tijdschrift Viking van Studentenvereniging Olof)
[8] In Memoriam Fratrum (speciaal herdenkingsnummer tijdschrift Viking van Studentenvereniging Olof)
[9] In Memoriam Fratrum (speciaal herdenkingsnummer tijdschrift Viking van Studentenvereniging Olof)
[10] Verzetsheld [Maria van den Bergh]in Canada overleden, in weekkrant De Sleutel van 9 maart 2010
[11] Pennartz Peter, Tilburgse studenten in oorlogstijd, Tilburgs Hogeschoolblad jg. 19, nr. 29, 30 april 1982

Read 2421 times Last modified on vrijdag, 19 april 2019 15:08