www.charlesvos.nl

maandag, 22 juni 2009 12:06

H Joseph (Heerlen)

Kerk:     H. Joseph

Adres:             St. Josephstraat 20, 6431 XK Heerlen (Passart)
Architect:         Boosten, Alphons
Kunstenaars:  Franssen, Gilles
                       Franssen, Jules
                       Vos, Charles 

Werken van Charles Vos:

kr12a

 

Vieringaltaar
Het altaar is van marmer gemaakt en dateert uit 1951.
Twee stipes met daarop een mensa. Op de voorzijde van beide stipes zijn reliëfs aangebracht voorstellend het offer van Melchisedek en het offer van Abraham. De zijkanten van de stipes hebben cannelures.
 
Melchisedech [1]
Het optreden van Melchisedech staat in de context van een oorlog tussen verschillende stadstaten. Abraham heeft met zijn mannen hierin meegevochten, omdat zijn neef Lot door de vijandige partij was meegevoerd. Toen Abraham Lot had weten te bevrijden en weer op de terugtocht was, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, ofwel de Koningsvallei.
De koning van Salem, Melchisedech, liet brood en wijn - een feestmaal - brengen. Vervolgens vermeldt de Bijbelse tekst dat Melchisedech priester van God, de Allerhoogste, was. Hij spreekt de volgende zegen over Abraham uit:
'Gezegend zij Abraham door God, de Allerhoogste,
schepper van hemel en aarde.
Gezegend zij God, de Allerhoogste:
uw vijanden leverde hij aan u uit.'
Daarna gaf Abraham aan Melchisedech een tiende van wat hij had heroverd. Hieruit blijkt dat Abraham Melchisedech erkende als zijn meerdere.
 
Mechisedech is als priester staande ten voeten uit afgebeeld. Hij draagt een misgewaad (over kleed een openvallende mantel die over zijn gespreide armen hangt). Hij heeft lange haren en draagt een baard. In zijn rechterhand houdt hij een beker met wijn vast. In de andere hand een brood. Links boven zijn hoofd is de tekst:
SECUNDUM
ORDINEM
Rechts de tekst:
MELCHISE
DECH
2212kr12b

kr12b 

 

Abraham
De eerste voorvader van de Israëlieten was Abraham. Hij kwam uit de Zuid-Mesopotamische stad Ur. Ur lag aan de rivier de Eufraat. Een deel van zijn familie ging in Haran wonen, enkele kilometers ten noorden van Ur. Toen zijn vader Tera stierf, riep God Abraham en zei tegen hem dat hij op reis moest naar een beloofd land. Dit land heette Kanaän en hier bleef Abraham de rest van zijn leven wonen. In Kanaän leidde hij met zijn metgezellen een nomadenleven, ze trokken van plek naar plek op zoek naar water en eten.
De Hebreeuwse Bijbel vertelt dat God, toen Isaäk nog een jongen was, het geloof van zijn vader Abraham heel erg op de proef heeft gesteld, door hem te vragen Isaäk te offeren. Juist toen Abraham op het punt stond hieraan gehoor te geven, kwam een engel tussenbeide en Isaäks leven werd gespaard. Doordat Abraham zoveel voor God over had, sloot God een verbond met hem, en beloofde dat zijn nakomelingen rijk gezegend zouden worden.[2]
 
Een zij-aanzicht (naar links gericht) van Abraham en zijn zoon Isaäk. Isaäk zit op zijn knieën met gebogen hoofd voor zijn vader die met zijn linkerhand diens zoon schouder vasthoudt. In zijn rechterhand heeft Abraham een dolk waarmee op het punt staat zijn zoon te doden. Een engel houdt met zijn linkerhand de actie van Abraham tegen. Rechts beneden in het struikgewas is een hert dat opkijkt naar de scène.

kr12d 

 

kr12e

 

 


[1] www.corneliusparochiebeuningen.nl; www.statenvertaling.net; wikepedia; oktober 2009
[2] Wikepedia, oktober 2009

 

 

Read 2226 times Last modified on maandag, 27 augustus 2018 09:35