www.charlesvos.nl

maandag, 22 juni 2009 00:00

H Nicolaas (Genooi-Venlo)

Kerk:     H.Nicolaas

Adres:             Van Postelstraat 53, 5914 PN Venlo (Genooi)
Architect:        Grinten, Van
Kunstenaars:  Vos, Charles

Werken van Charles Vos :

De werken van Charles Vos hebben eerst in de voorgangers van de huidige kerk gestaan.
Hij vervaardigde vanaf 1932 zeven eikenhouten beelden ter verrijking van het interieur van de St. Nicolaaskerk te Venlo. Wellicht omdat ze tijdig in veiligheid waren gebracht, overleefden de beelden het bombardement in november 1944, waarbij de kerk werd verwoest.
De beelden staan achter in de kerk met uitzondering van Christus Koning dat in het zijkantoor staat.

Pastoor Ars
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940]
Jean Baptiste Marie Vianney of Johannes Maria Vianney, ook wel genoemd de Pastoor van Ars (8 mei 1786, Dardilly (bij Lyon) - 4 augustus 1859, Ars-sur-Formans) was parochiepriester in Ars-sur-Formans in Frankrijk gedurende 41 jaar en is een rooms-katholieke heilige.
In 1806 opende de pastoor Balley van Éculy een klein seminarie, waar Jean-Marie ging studeren. Hij was een matige leerling. Zijn priesterroeping werd echter vanwege zijn vroomheid niet betwijfeld. Hoewel hij niets van de filosofie begreep, werd hij uiteindelijk priester gewijd en als kapelaan naar Éculy gestuurd. Toen pastoor Balley daar overleed, werd Jean-Marie Vianney benoemd tot pastoor in Ars-sur-Formans, een klein dorpje in de buurt van Lyon in het huidige departement Ain. Daar wist hij door zijn preken, zijn vroomheid en zijn roep van heiligheid velen tot geloof en boetvaardigheid op te roepen. Uit heel Frankrijk kwamen mensen om bij de Pastoor van Ars te kunnen biechten. Hij stierf in Ars op 4 augustus 1859.
Jean-Marie Vianney werd in 1925 heiligverklaard door paus Pius XI. In 1929 werd hij uitgeroepen tot beschermheilige van alle parochiegeestelijken. [1]
Pastoor Ars staat frontaal ten voeten uit afgebeeld. Hij draagt zijn priesterkleding en houdt zijn handen gevouwen voor zijn borst. Zijn hoofd is iets naar rechts voren gebogen.

kr18a

Gertruda 
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940]
Gertruda van Nijvel (ook van Nivelles of Rattensant) osb, België; abdis; † 659.
Zij stamde uit een familie die bijna in haar geheel uit heiligen bestond. Haar vader was de zalige Pepijn van Landen († 646; feest 21 februari); haar moeder was de heilige Ida of Iduberga († 652; feest 8 mei). Ook haar zus Begga (feest 17 december) en haar broer Grimoald (feest 16 september) worden als zaligen of heiligen vereerd.
Op het moment dat haar vader stierf was Gertruda ongeveer twintig jaar oud. Op aanraden van bisschop Amandus van Maastricht († ca 675; feest 6 februari) stichtte moeder Ida een dubbelklooster op het landgoed in Nijvel: een voor mannen en een voor vrouwen. Ida benoemde haar dochter tot eerste abdis en plaatste zichzelf als eenvoudige zuster onder haar leiding.
Er is een verhaal dat weet te vertellen dat een ridder een oogje had gehad op Gertruda. Maar zij had de voorkeur gegeven aan het kloosterleven. Met een heildronk had zij afscheid van hem genomen. Maar de man bleef verliefd en probeerde alles in het werk te stellen om haar alsnog te krijgen. Hij verkocht zelfs zijn ziel aan de duivel. Na zeven jaar was de termijn om; de duivel kwam zijn ziel opeisen. Maar omdat Gertruda bij het afscheid van haar minnaar op zijn heil had gedronken, had de duivel geen macht over zijn ziel. Zo werd hij door de verdiensten van Gertruda van de ondergang gered.
Gertruda was een goede abdis. Zij had veel zorg voor armen en zwakken, zowel buiten als binnen het klooster. Bovendien stelde zij alles in het werk om haar zusters bij te scholen. Zij liet de Ierse monniken Fursey († 650; feest 16 januari), Foillan († 665; feest 30 oktober) en Ultan († 686; feest 2 mei) komen om les te geven in bijbelkennis, liturgie en schone kunsten. Daarmee schaarde zij zich temidden van de grote vrouwen waar het Noord-Westen van Europa en de Britse Eilanden van de zogenaamde donkere middeleeuwen zo vol van zijn.
Op haar kosten werden overal in de buurt nieuwe kapellen, kerken, scholen en gasthuizen gebouwd. Ze stierf al op 33-jarige leeftijd, volkomen uitgeput. Bij de dood van haar moeder, zes jaar tevoren, had zij de leiding van het mannenklooster overgedragen aan monniken. Tot haar opvolgster over het vrouwenklooster stelde zij Wolftrude aan.
Vanuit de legende over de ridder die zijn ziel verkocht had aan de duivel, maar door Gertruda's heildronk werd gered, ontstond de drank van Sint-Gertensminne: een heildronk op vertrekkende reizigers en pelgrims: om een goede reis en behouden terugkeer. Deze heil- en afscheidsdronk ging men vervolgens ook op de doden toepassen voor hun reis naar het eeuwig leven. Men geloofde dan dat de ziel na het verlaten van het lichaam de eerste nacht bij Sint Gertrui bleef, de tweede bij de engelen en in de derde nacht ging zij tenslotte naar de plaats die voor haar was voorbestemd.
Dat zou er de reden van zijn dat Sint Gertruda meestal met muizen wordt afgebeeld; zij symboliseren de zielen van de overledenen, die eerst bij haar langsgaan.
Zij wordt afgebeeld als benedictinesser abdis, met kruis, kelk, katten, muizen en/of spinnen.
Zij is patrones van de armen en weduwen, van herbergiers en reizigers en van tuin- en veldvruchten. Zij wordt aangeroepen tegen ratten- en muizenplagen. [2] 
Gertruda is afgebeeld in haar ordekleding. Haar rechterhand komt onder haar mantel, ter borsthoogte, uit. In deze hand draagt ze een kelk. In haar andere hand houdt ze een gekrulde staf vast die naast haar op de grond rust. Langs de staf kruipt een muis omhoog.

kr18b

Engelbewaarder
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940]
Een engel met vleugels is ten voeten uit afgebeeld en draagt een lang kleed dat aan de hals en de mouwen is afgezet met een gouden rand. Hij kijkt opzij naar rechts. Zijn rechterhand wijst naar de hemel en met zijn linkerhand gaat hij naar de schouder van het meisje. Het meisje, dwarsgezeten ten opzichte van de engel, zit geknield, met haar handen ter borsthoogte gevouwen, te bidden. Zij draagt haar lange haren in twee vlechten naar voren.

kr18c

Martinus van Tours
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940] *1
Hoogte 135 cm., breedte 48 cm., diepte 38 cm. *1
Martinus van Tours ( 397) is met het naar beneden gerichte hoofd 'en face' en staande ten voeten uit afgebeeld. Als bisschop draagt hij een mijter en is hij gehuld in een lange met smalle plooien versierde albe en een stola, die beide door goudkleurige randen worden geaccentueerd. Martinus blikt ernstig neer op een vrouw, die voor hem geknield zit. Hij geeft haar een doek, die verwijst naar de helft van de door Martinus met zijn zwaard in tweeën gescheurde soldatenmantel, die hij als legerofficier aan een bijna naakte bedelaar had gegeven bij de stadspoort van Amiens. Charles Vos heeft de bedelaar uit de legende vervangen door een vrouwenfiguur. *1

kr18d

Tarcisius
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940]
Tarcisius is de patroon van de misdienaars en arbeiders. Hij wordt afgebeeld met de Heilige Communie, een palmtak en met stenen in zijn hand. Zijn gedachtenis is op 15 augustus. De palmtak is het teken van zijn martelaarschap en de stenen verwijzen naar de manier waarop hij gestorven is.
Hij leefde zo rond het jaar 250 na Christus in Rome, de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Hij was gedoopt en daardoor Christen geworden. Elke ochtend ging hij stiekem naar de samenkomst van de Christenen.  Dat was toen een levensgevaarlijke onderneming. De Romeinse keizers wilden graag als god gezien worden en iedereen die vond dat de keizers geen god waren - de christenen dus - werden door hen vervolgd. Als de pretoriaanse garde, de soldaten van de keizer, er achter kwam dat je christen was, kon je worden opgesloten en zelfs worden gemarteld en gedood. 
De bijeenkomsten werden in de catacomben gehouden. Hij was namelijk misdienaar en mocht zelfs de paus helpen.
Na de mis bleef Tarcisius nog wat bidden. Daarna hielp hij de paus nog met alles op te ruimen. Toen ze klaar waren, zuchtte de paus: "Gisteren is één van de bewakers van de gevangenis in het geheim bij me geweest. Er zitten vele broeders en zusters in de gevangenis. En zij willen zo graag de communie ontvangen, voordat ze gedood worden. Bijna alle priesters zijn gevangen. Ik kan zelf niet gaan want mij herkennen ze direct. Ach wist ik maar een oplossing!" Tarcisius hoorde dit en zei direct: "Waarom laat u mij niet gaan, Heilige vader?" "Nee," zei de paus, "dat is veel te gevaarlijk en trouwens, je bent nog veel te jong." Tarcisius was nog maar een jonge jongen. "Maar Vader, ik kom toch ook iedere morgen hier naar toe? En ik ben toch de enige misdienaar die nog nooit is weg gebleven? Het is trouwens nog vroeg en op straat zal ik toch niemand ontmoeten." De paus stemde toe en hij nam eerbiedig de Heilige Hosties van het altaar, borg ze op in een gouden doosje en hing dat om de hals van Tarcisius. Hij verborg het onder zijn toga. Zo ging hij op weg. Maar onderweg kwam hij een groep jongens tegen uit zijn buurt. Ze renden naar hem toe en begonnen met hem te praten. Al gauw had een van de jongens door dat Tarcisius iets verborgen hield onder zijn toga.
Ze begonnen aan hem te trekken en te duwen. Maar Tarcisius beschermde het doosje met de Heilige Hosties. Nu werden de jongens boos. Ze begonnen hem van alle kanten te slaan. Een van de jongens zag het doosje en wilde het van Tarcisius afnemen, maar hij hield het stevig vast. De jongens sloegen en trapten hem. Ze werden nu zo razend dat ze stenen pakten en ermee gingen gooien. Zwaar getroffen viel Tarcisius neer. Plotseling werden de jongens gestoord door een Romeinse soldaat die langs kwam en zag wat er gebeurde. "Wat moet dat daar?" schreeuwde hij. De jongens vluchtte verschrikt weg. De soldaat herkende Tarcisius want hij was ook een christen. Tarcisius gaf hem nu het kostbare doosje met de Heilige Hosties aan de soldaat. Voorzichtig tilde de soldaat Tarcisius op en droeg hem naar een huis in de buurt waar ook christen woonden. De jonge Tarcisius stierf aan zijn zware verwondingen. Hij werd begraven in de catacomben. [4]
Tarcisius [5] is staande ten voeten uit afgebeeld. Hij draagt een driekwarts broek met tuniek met daarover een mantel over de rechterschouder. Zijn rechterbeen staat iets vooruit, zijn linker staat bijna dwars. In zijn handen houdt hij een boek, tegen de borst. Rechts beneden tegen de console is een schild met een afbeelding van Maria met nimbus (?).

kr18e

Johannes de Doper
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940] *1
Hoogte 125 cm., breedte 37,7 cm., diepte 31,5 cm. *1
Johannes is driekwart naar rechts gewend, staande ten voeten uit afgebeeld. Zijn gelaatsuitdrukking is erg nors.
Verwijzend naar zijn verblijf in de woestijn, draagt Johannes een kameelharen kleed, dat deels wordt verhuld door een mantel. Ten teken van Christus' doop in de Jordaan loopt de sokkel rechts vooraan over in de stroming van de rivier en houdt Johannes een doopschelp met zijn gebogen rechterhand dicht tegen zich aan. In zijn omhoog geheven linkerhand houdt Johannes een lange kruisstaf met vaan. Deze kruisstaf, die aan de voorzijde door een goudkleurige band wordt geaccentueerd, is zowel het attribuut van de Verrezen Christus als van Johannes de Doper. *1

kr18f

Christus Koning
Eikenhout; niet gesigneerd, niet gedateerd [1932-1940]
Een gekroonde Christus (met Heilig Hart) is ten voeten op een console staande afgebeeld. Over zijn kleed draagt hij een opengevallen mantel. In zijn linkerhand, op borsthoogte, heeft hij de wereldbol vast. In zijn rechterhand, ter hoogte van zijn middel, houdt hij een gouden stang vast waarlangs een slang kronkelt.

kr18g

 


[1] www.wikipedia.nl , juli 2008
[2] www.heiligen-33.nl, juli 2008
[4] www.parochiefederatie-hoensbroek.nl, juli 2008
[5] Volgens pastoor  J. Kunnen is het niet voor honderd procent zeker dat dit beeld Tarcisius voorstelt (gesprek 14 juli 2008)
[6]  Paulussen  Charles Vos 1888-1954, tentoonstelling 13-11-1994 tot en met 29-01-1995, Gemeentemuseum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, Weert 1994
 
*1 Paulussen  Charles Vos 1888-1954, tentoonstelling 13-11-1994 tot en met 29-01-1995, Gemeentemuseum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, Weert 1994
Read 2298 times Last modified on maandag, 27 augustus 2018 13:55